Artikelen

Ervaringen en gedachtenspinsels

Oei, ik groei?

Het klinkt gek, maar ik ben geraakt door een theorie. Ik las het boek van Carol Dweck. Zij heeft onderzoek gedaan naar motivatie en leren en zij ontdekte twee verschillende ‘mindsets’, de statische mindset en de groeimindset. Al lezend kwamen deze vrij theoretische begrippen tot leven. Ik kende ze al langer, maar nu begon ik ze ook echt te begrijpen.

Carol Dweck beschrijft haar theorie op een heel levendige manier. Dat helpt natuurlijk als je geraakt wordt door een theorie. Maar dat was niet alles. Wat Carol Dweck in haar boek vertelt, zag ik om me heen gebeuren. En niet alleen om me heen, ook in mijn eigen hoofd. Er vielen puzzelstukjes op hun plaats. Ik leerde zien en zie nog steeds hoe de statische mindset een grote plek heeft veroverd in onze maatschappij, schoolsystemen en andere plekken waar mensen samen zijn. Hoe deze mindset mensen bang maakt en belemmert in hun persoonlijke groei. Ik zie hoe mensen in mijn eigen omgeving belemmerd worden door de statische mindset. Kinderen die ik test. Mijn eigen kinderen. Ikzelf.

Het alternatief is zoveel mooier. De groeimindset. Met een groeimindset is een fout geen afgang meer. Het is een kans om te leren. Met een groeimindset hoef je de eer niet hoog te houden. Je leert er steeds weer wat bij en dat is waardevol. Met een groeimindset zijn je capaciteiten geen vaststaande feiten. Het is het uitgangspunt en daar vanuit groei je. En mijn overtuiging groeit ook. Dit is wat mensen moeten weten. Dit wil ik ouders vertellen. Dit wil ik kinderen vertellen. Dit wil ik míjn kinderen vertellen. Dit vertel ik ook aan mezelf.

Het werkt twee kanten op. Namelijk eerst hoe ik naar mezelf kijk: ik ben een mens in ontwikkeling en alles wat ik meemaak, het positieve en het negatieve, draagt bij aan mijn persoonlijke groei. Vervolgens hoe ik naar de ander kijk: ook de ander is een mens in ontwikkeling en alles wat hij of zijn meemaakt draagt bij aan zijn of haar persoonlijke groei. En mijn overtuiging is dat als we allemaal zo naar onszelf en naar de ander kijken, we met zijn allen veel minder bang hoeven te zijn. Minder bang om fouten te maken. Minder bang om af te gaan. Minder bang om niet op waarde geschat te worden. Er komt ruimte. Ruimte om te groeien.

We kennen allemaal het boek ‘Oei, ik groei’. Laten we per direct die titel veranderen in ‘Yes, ik groei!’

Het boek dat ik iedereen kan aanraden is ‘Mindset, de weg naar een succesvol leven’ van Carol Dweck.

Reageren?

WISC-III of RAKIT-2

De vaardigheden die samen het brede begrip ‘intelligentie’ vormenDit artikel is gebaseerd op het gebruik van de WISC-III. Inmiddels gebruik ik in plaats van deze test de WISC-V. Lees hier over de verschillen tussen de WISC-V en de RAKIT-2

Op internet kom ik geregeld de vraag tegen welke intelligentietest ‘het best’ is. In dit artikel probeer ik een eerlijk beeld te schetsen over beide tests. Om dit goed te kunnen uitleggen, moet ik eerst wat meer uitleggen over intelligentie. Binnen het algemene begrip ‘intelligentie’ kunnen verschillende ‘soorten’ intelligentie onderscheiden worden. De bekendste twee zijn de gekristalliseerde (crystallized) en de vloeiende (fluid) intelligentie. Deze twee omvatten het grootste gedeelte van de algemene intelligentie. Daarnaast zijn er nog zes andere (brede) cognitieve vaardigheden onderscheiden. Voor wie het interessant vindt: dit is het CHC-model in het kort.

WISC-III

De WISC-III is op dit moment de nestor onder de kinderintelligentietests. Hij is al jaren in gebruik, de normen zijn in 2005 herzien en ook op scholen is deze test een bekend begrip. Zijn jongere zusje, de WISC-V, is onderweg, maar de Nederlandse normering hiervoor is nog niet afgerond. Als we de WISC-III naast het CHC-model leggen, dan valt op dat de gekristalliseerde intelligentie met deze test goed in beeld gebracht wordt. Daarnaast doet deze test een groot beroep op de visuele verwerking van informatie. Kwantitatieve kennis, het kortetermijngeheugen en de verwerkingssnelheid komen enigszins aan de orde. Op school wordt ook een groot beroep gedaan op de gekristalliseerde intelligentie (brede kennis over taal en feiten).

RAKIT-2

De RAKIT-2 is de tweede versie van de Revisie Amsterdamse Kinder Intelligentie Test (dus eigenlijk de AKIT-3). Een echte Nederlandse test dus. Deze is sinds 2012 op de markt en geniet zodoende minder bekendheid dan de WISC-III. Wanneer we de RAKIT-2 naast het CHC-model leggen, zien we dat deze test een groot beroep doet op de vloeiende intelligentie. Daarnaast doet het een groot beroep op de visuele verwerking. In iets mindere mate wordt een beroep gedaan op de gekristalliseerde intelligentie, de kwantitatieve intelligentie en het kortetermijngeheugen. De vloeiende intelligentie zegt veel over hoe een kind omgaat met nieuwe situaties, hoe het oplossingen bedenkt en kennis toepast.

Samengevat

Dus in het kort: de ene test meet vooral de gekristalliseerde kennis, waarbij een duidelijke link is met de vaardigheden die op school nodig zijn. Deze meet echter (bijna) niet de vloeiende intelligentie. De andere test meet vooral de vloeiende intelligentie, wat een grotere lading heeft op de algemene intelligentie, maar waarbij de link met de schoolse vaardigheden wat minder duidelijk is. Deze meet in mindere mate de gekristalliseerde intelligentie. Beide tests zijn overigens betrouwbaar en op basis van beide tests is een intelligentieprofiel in kaart te brengen.

Andere verschillen zitten in de uitvoering van de test. De WISC-III doet een groot beroep op taalvaardigheid. De RAKIT-2 is veel minder talig en doet een groot beroep op de visuele waarneming. De WISC-III geeft daardoor wat meer kwalitatieve informatie over hoe een kind denkt. De RAKIT-2 is voor sommige kinderen prettiger, omdat veel antwoorden aangewezen kunnen worden. Bij beide tests is natuurlijk veel concentratie gevraagd. De RAKIT-2 vraagt vooral bij kinderen die hoog zullen scoren meer concentratie, zij zullen een subtest soms heel lang moeten volhouden omdat het afbreekcriterium niet snel bereikt wordt. Bij de WISC-III loopt de moeilijkheidsgraad wat sneller op. Daarnaast is het leeftijdsbereik van de WISC-III groter dan die van de RAKIT-2 (6 tot 16-jarigen versus 4 tot 12-jarigen).

De keuze voor een bepaalde test is dus erg afhankelijk van het te testen kind en de hulpvraag. Welke test uiteindelijk gebruikt wordt bij een onderzoek is een beslissing waarin de onderzoeker het laatste woord heeft. Zoals een timmerman weet welk materiaal hij voor een bepaalde klus moet gebruiken, weet de onderzoeker dat voor een intelligentieonderzoek.

Reageren?

Onderzoek naar intelligentie of begaafdheid

Binnen het aanbod bij IQenzo is een onderscheid gemaakt tussen intelligentieonderzoek en begaafdheidsonderzoek. Ik licht hier toe waarom dit onderscheid er is. Bij beide typen onderzoek maak ik gebruik van een intelligentietest. Dit geeft inzicht in het intelligentieprofiel van het kind en op basis daarvan zijn vaak al een aantal adviezen te formuleren over wat dit kind nodig heeft. Dit kan voldoende aanknopingspunten geven om verder te kunnen, bijvoorbeeld op school. Ook als er een intelligentieonderzoek gevraagd wordt bij de toelating voor een plusklas kan dit voldoende informatie opleveren, mits er verder geen hulpvraag ligt bij de ouders, leerkrachten en/of het kind. In dit soort gevallen kan enkel een intelligentietest genoeg zijn.

Begaafdheidsonderzoek

Bij begaafdheidsonderzoek gebruik ik naast de intelligentietest ook aanvullende tests. Zo maak ik bijvoorbeeld gebruik van een creativiteitstest en een persoonlijkheidsvragenlijst, waarbij onder andere creativiteit en motivatie aan de orde komen. Op deze manier wordt een completer inzicht verkregen over de vaardigheden van het kind. Aangetoond is dat meer- en hoogbegaafde kinderen vaak ook zeer sterk ontwikkelde creatieve denkvaardigheden ontwikkeld hebben. Om het kind de juiste begeleiding te bieden, is inzicht in deze creativiteit belangrijk. Dat geldt ook voor de motivatie om te presteren. Hoogbegaafde kinderen kunnen al op jonge leeftijd hun (voorheen zeer sterke) motivatie om te presteren verliezen. Een veelvoorkomend probleem onder meer- en hoogbegaafde kinderen is dat ze gaan onderpresteren. Dit heeft grote gevolgen voor het leren op school en kan ook gevolgen hebben voor de prestatie op een intelligentietest.

Een begaafdheidsonderzoek geeft, naast informatie over de cognitieve ontwikkeling, ook informatie over de ‘gevoelskant’ van het kind. Bij hoogbegaafde kinderen is ook deze gevoelskant vaak anders ontwikkeld dan bij gemiddeld begaafde kinderen. Ze zijn vaak zeer gevoelig, kritisch en perfectionistisch. Om dit bij het kind in kaart te brengen, vult het kind een vragenlijst in over hoe het school beleeft op verschillende gebieden. Tenslotte vullen ouders een vragenlijst in over de gedragskenmerken die zij zien bij hun kind. De uitkomsten van de tests en de vragenlijsten en – heel belangrijk – de observaties daarbij geven veel informatie over de denk- en gevoelswereld van het kind.

Wanneer in de hulpvraag het in kaart brengen van meer- of hoogbegaafdheid centraal staat, heeft een uitgebreid onderzoek de voorkeur. Door de informatie uit het intelligentieonderzoek en de observaties daarbij, het persoonlijkheidsonderzoek en de vragenlijst over de schoolbeleving van het kind ontstaat een duidelijk en completer beeld van wat het kind nodig heeft. Dit maakt dat begeleidingsadviezen ook beter op het kind kunnen worden afgestemd.

Lees hier een verhaal over een kind bij wie een begaafdheidsonderzoek is verricht.

Reageren?

De WISC

Wat is eigenlijk de WISC? De WISC is op dit moment de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen. We gebruiken in Nederland de derde versie en binnen een paar jaar zullen we gebruik kunnen gaan maken van de vijfde versie (de vierde is niet in het Nederlands vertaald en niet voor Nederlandse kinderen genormeerd). In deze blog wil ik een inkijkje geven in de manier waarop een IQ en een intelligentieprofiel tot stand komen met behulp van de WISC.

Bij een intelligentieonderzoek willen we weten hoe een kind omgaat met taken die nieuw voor hem zijn. We willen weten in hoeverre het kind kan redeneren met verschillende soorten informatie. We willen ook een beeld krijgen van de manier waarop een kind informatie verwerkt en hoe het zijn handelen organiseert. Om dat te meten bestaat de WISC uit 13 onderdelen. En op basis van die onderdelen kunnen verschillende scores berekend worden. De bekendste is het totaal-IQ; het getal dat een indicatie geeft van de algemene intelligentie vergeleken met leeftijdgenoten.

Naast het totaal-IQ worden er bij de WISC nog twee IQ-scores berekend, namelijk een score voor de talige (of verbale) vaardigheden, het VIQ, en een score voor de handelingsgerichte (of performale) vaardigheden, het PIQ. In veel gevallen liggen deze IQ-getallen dicht bij elkaar, maar het komt ook vaak voor dat er een groot verschil is tussen het VIQ en het PIQ. In Nederland is daar een begrip voor: de verbaal/performaal-kloof (V/P-kloof).

Deze kloof wordt helaas vaak en soms wel erg gemakkelijk in relatie gebracht met allerlei problemen. Feit is echter dat er heel veel mensen met een ‘kloof’ zijn die daar nooit problemen door zullen ervaren. De andere kant is natuurlijk wel dat een zeer groot verschil tussen wat je talig aankan en handelend aankan wel voor de nodige problemen kan zorgen en dat begeleiding daarin gewenst kan zijn. Een groot verschil tussen het VIQ en het PIQ komt bij hoogbegaafde kinderen overigens veel vaker voor, meestal ten gunste van het VIQ.

Naast de bovengenoemde berekeningen worden er ook nog drie andere scores berekend. Zo wordt er ook een beeld verkregen van het talige begrip, de organisatie van de informatie die bij het kind binnenkomt en de verwerkingssnelheid. Dit worden ook wel de factorscores genoemd en ook hier kunnen de verschillende scores uiteen liggen.

Op grond van het profiel van de sterke en zwakke scores en natuurlijk ook de kwalitatieve informatie uit de observatie tijdens een intelligentieonderzoek kunnen er zinnige uitspraken gedaan worden over de mogelijkheden van een kind. En niet alleen op basis van een IQ. Een kind is veel, heel veel meer dat dat.

Reageren?

Creativiteit stimuleren (of juist niet)

Al eerder schreef ik over creativiteit. Creativiteit heeft een sterke link met dat wat wij onder intelligentie verstaan. Creatieve intelligentie houdt bijvoorbeeld in dat je goed kunt associëren en brainstormen. En dat je over flexibiliteit beschikt om problemen en onderwerpen vanuit verschillende kanten te benaderen en gemakkelijk in staat bent om een andere oplossing uit te proberen dan de oplossing die je eerst voor ogen had. Creativiteit heeft te maken met originaliteit; onderwerpen vanuit een heel ander perspectief bekijken en met ideeën komen die bij een ander nog niet zo 1-2-3 waren opgekomen. Creatief denken vraagt dan ook om ruimte.

Helaas wordt creativiteit niet altijd op de juiste waarde ingeschat. Daardoor is er bijvoorbeeld op scholen soms erg weinig ruimte voor de ontwikkeling van creativiteit en ligt de nadruk meer op begrip en kennis op doen. Terwijl creativiteit een sleutelwoord is in de oplossing van ingewikkelde problemen zoals we die op allerlei niveaus kennen. Het is erg belangrijk om het creatieve denken bij kinderen te oefenen en te stimuleren.

Creativiteit is dus te stimuleren, maar het is ook te blokkeren. Een zekere meneer Von Oech schreef hier zelfs een heel boek over. Hij verwoordt tien houdingen die creativiteit in de kiem smoren:

  1. Het enige goede antwoord (er zijn misschien wel veel meer goede antwoorden)
  2. Dat is niet logisch (onlogisch denken stimuleert juist de fantasie en de nieuwe perspectieven)
  3. Hou je aan de regels (daag de regels maar eens uit)
  4. Wees praktisch (stel vragen als ‘wat als…?)
  5. Vermijd dubbelzinnigheid (onduidelijkheid kan een creatief proces juist versterken)
  6. Fouten maken is verkeerd (daardoor probeer je geen nieuwe dingen uit)
  7. Spel is frivool (kinderlijk denken, humor, spelen met ideeën levert grote creatieve innovaties op)
  8. Dat is niet mijn vakgebied (en daarmee probeer je niet eens een probleem op te lossen)
  9. Doe niet zo dwaas (doe juist eens gek)
  10. Ik ben niet creatief (als je hiervan overtuigd bent, klopt het…)

Laten we alert zijn in hoe we omgaan met de creativiteit van kinderen, maar ook van de volwassenen om ons heen. Het kan ons zoveel moois brengen.