renzulliBinnen het aanbod bij IQenzo is een onderscheid gemaakt tussen intelligentieonderzoek en begaafdheidsonderzoek. Ik licht hier toe waarom dit onderscheid er is. Bij beide typen onderzoek maak ik gebruik van een intelligentietest (de WISC-V of de RAKIT-2). Dit geeft inzicht in het intelligentieprofiel van het kind en op basis daarvan zijn vaak al een aantal adviezen te formuleren over wat dit kind nodig heeft. Dit kan voldoende aanknopingspunten geven om verder te kunnen, bijvoorbeeld op school. Ook als er een intelligentieonderzoek gevraagd wordt bij de toelating voor een plusklas kan dit voldoende informatie opleveren, mits er verder geen hulpvraag ligt bij de ouders, leerkrachten en/of het kind. In dit soort gevallen kan enkel een intelligentietest genoeg zijn.

Begaafdheidsonderzoek

Bij begaafdheidsonderzoek gebruik ik naast de intelligentietest ook aanvullende tests. Zo maak ik bijvoorbeeld gebruik van een persoonlijkheidsvragenlijst, waarbij onder andere creativiteit en motivatie aan de orde komen. Op deze manier wordt een completer inzicht verkregen over de vaardigheden van het kind. Aangetoond is dat meer- en hoogbegaafde kinderen vaak ook zeer sterk ontwikkelde creatieve denkvaardigheden ontwikkeld hebben. Om het kind de juiste begeleiding te bieden, is inzicht in deze creativiteit belangrijk. Dat geldt ook voor de motivatie om te presteren. Hoogbegaafde kinderen kunnen al op jonge leeftijd hun (voorheen zeer sterke) motivatie om te presteren verliezen. Een veelvoorkomend probleem onder meer- en hoogbegaafde kinderen is dat ze gaan onderpresteren. Dit heeft grote gevolgen voor het leren op school en kan ook gevolgen hebben voor de prestatie op een intelligentietest.

Een begaafdheidsonderzoek geeft, naast informatie over de cognitieve ontwikkeling, ook informatie over de ‘gevoelskant’ van het kind. Bij hoogbegaafde kinderen is ook deze gevoelskant vaak anders ontwikkeld dan bij gemiddeld begaafde kinderen. Ze zijn vaak zeer gevoelig, kritisch en perfectionistisch. Om dit bij het kind in kaart te brengen, vult het kind een vragenlijst in over hoe het school beleeft op verschillende gebieden. Tenslotte vullen ouders een vragenlijst in over de gedragskenmerken die zij zien bij hun kind. De uitkomsten van de tests en de vragenlijsten en – heel belangrijk – de observaties daarbij geven veel informatie over de denk- en gevoelswereld van het kind.

Wanneer in de hulpvraag het in kaart brengen van meer- of hoogbegaafdheid centraal staat, heeft een uitgebreid onderzoek de voorkeur. Door de informatie uit het intelligentieonderzoek en de observaties daarbij, het persoonlijkheidsonderzoek en de vragenlijst over de schoolbeleving van het kind ontstaat een duidelijk en completer beeld van wat het kind nodig heeft. Dit maakt dat begeleidingsadviezen ook beter op het kind kunnen worden afgestemd.

Lees hier een verhaal over een kind bij wie een begaafdheidsonderzoek is verricht.

Reageren?