Artikelen

Ervaringen en gedachtenspinsels

Coaching voor moeders

Orthopedagoog

Als orthopedagoog houd ik me veel bezig met de ontwikkeling van kinderen in relatie met hun directe omgeving. Het woord ‘pedagoog’ geeft aan dat ik me bezig houd met de opvoeding. ‘Ortho-‘ heeft te maken met recht zetten en het werk van een orthopedagoog houdt dan ook in om hulp te bieden aan kinderen die ergens een belemmering ervaren in hun ontwikkeling en waar zodoende iets ‘rechtgezet’ moet worden. Veel hulpvragen draaien daar ook om en zijn vaak gericht op het kind. Bijvoorbeeld over de cognitieve ontwikkeling van het kind, of er sprake is van hoogbegaafdheid, hoe de emotionele ontwikkeling van het kind verloopt. Allemaal vragen die zeker relevant zijn en de antwoorden helpen vaak om beter op het kind aan te sluiten.

Als je mijn andere artikelen leest, zul je zien dat ik graag een stapje verder terug in de tijd wil om de ontwikkeling van een kind vollediger te kunnen begrijpen. De tijd in de baarmoeder, de geboorte en de tijd direct daarna bepalen voor een groot deel hoe het kind zich gaat ontwikkelen (een laagdrempelig filmpje hierover kun je hier bekijken). Hele relevante informatie, maar vaak ook moeilijk terug te halen. Toch ontstaan daar al mogelijke patronen die uiteindelijk leiden tot een hulpvraag in de toekomst. En wat zou het mooi zijn als we dat (beter) weten te ondervangen.

Afbeelding via Pixabay.com

Moeder

De allereerste persoon die invloed heeft op de ontwikkeling van een kind is de moeder. Logisch, gezien het feit dat we in haar lichaam ons leven starten. Maar misschien onderschatten we de enorme invloed die dit op ons leven heeft. Dit geldt ook voor de vader, maar dat is een meer indirecte invloed. Zeker tijdens de zwangerschap komt zijn invloed voort uit hoe hij met de moeder omgaat. Behandelt hij haar bijvoorbeeld niet goed, dan geeft dat de moeder stress, waardoor de baby wordt blootgesteld aan een grote hoeveelheid schadelijke stresshormonen.

De periode dat een moeder zwanger is, is bijzonder. Tegelijkertijd is het een periode waarin de moeder zelf ook kwetsbaar is. Haar moederbrein is in ontwikkeling en zeker rond de bevalling zorgt dat ervoor dat ze de mensen om haar heen blindelings vertrouwt. Dit maakt haar kwetsbaar in situaties waarin ze de controle volledig kwijtraakt. Een bevalling kan voor haar een negatieve of zelfs traumatische ervaring worden en dit komt veel vaker voor dan we denken. Dit kan onder andere gevolgen hebben voor de relatie die ze met haar kindje kan ontwikkelen, wat weer gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kindje.

Hoe waardevol zou het zijn als een moeder op emotioneel niveau met zelfvertrouwen een bevalling kan ingaan? Zodat ze in verbinding is met haar lichaam en haar baby, zelf in controle blijft en de gevolgen van een eventuele negatieve beval-ervaring herkent, zodat ze snel hulp kan krijgen? Het lijkt mij bijzonder waardevol. Voor haarzelf, maar ook zeker voor haar kindje.

Coaching

Dat is voor mij de reden om me te laten scholen op het gebied van geboortezorg. Ik volg momenteel een coachingsopleiding die gericht is op coaching van aanstaande moeders. En dan niet gericht op het fysieke gedeelte. Maar juist gericht op het helpen ontdekken van haar eigen natuurlijke moederkracht, zodat ze emotioneel voorbereid is op wat er komen gaat. Deze opleiding krijgt ook een vervolg, waarin ik ga leren om negatieve bevallingservaringen helpen te verwerken.

Dit wordt een nieuwe tak binnen mijn aanbod. Het aanbod breidt zich uit, naast jeugdhulp is er ook ruimte voor moedercoaching. Hiermee wil ik ook dichter aansluiten op wie ik zelf ben; een moeder die ook allerlei ballen omhoog wil houden. De moedercoaching zal ik ruim opzetten; naast het begeleiden van aanstaande moeders en moeders met negatieve bevalervaringen, wil ik ruimte bieden voor iedere moeder die behoefte heeft aan iemand die met haar meedenkt over haar eigen ontwikkeling als moeder en de ontwikkeling van haar kind. Ik heb even moeten nadenken over een paraplu-begrip waaronder het volledige aanbod valt en ben gekomen op ‘orthopedagogische coaching’, begeleiding vanaf de eerste duizend dagen en daarna.

Afbeelding via Pixabay.com

The body keeps the score

We beseffen het misschien wel te weinig. De ervaringen in het begin van ons leven zijn zo belangrijk. Hoe we worden ontvangen op het moment dat we de eerste signalen van onze aanwezigheid aan onze moeder geven. Hoe we gevoed worden tijdens die eerste negen maanden, zowel met voeding als met liefde of misschien ook wel met giftige stoffen. Hoe onze geboorte verloopt. Hoe we na de geboorte worden welkom geheten. En al die tussenliggende momenten. Maar we weten het niet meer.

Lerend brein

Klopt dat eigenlijk? Weten we het niet meer? Wanneer ik voor mezelf spreek: ik heb geen actieve herinneringen van voor mijn tweede verjaardag. Maar ik wás er wel. Ik heb wel van alles meegemaakt. Fysiek was ik helemaal aanwezig. En mijn brein was volop in ontwikkeling. Rond de geboorte bijvoorbeeld is er veel activiteit in het brein. Er wordt in een hoog tempo een groot aantal nieuwe verbindingen gemaakt. Dat betekent dat het brein leert. En alles wat je dan meemaakt wordt op een heel diep niveau opgeslagen.

Een normale geboorte

Ik wil je eens meenemen naar hoe een normale geboorte ongeveer verloopt. Vanwege de grootte van ons brein en de nauwheid van het bekken van de moeder worden we (in vergelijking met andere zoogdieren) relatief vroeg in onze ontwikkeling gedwongen om de buik van de moeder te verlaten. Weeën zorgen voor een enorme druk op de baby, terwijl er aan de andere kant nog geen doorgang is. De weeën drukken het hoofdje uiteindelijk op het bekken van de moeder (dit is uiteindelijk ook nog zichtbaar aan de vorm van ons gezicht). Vanwege de vorm van het bekken begint een baby op de zij en moet het uiteindelijk een draai maken (liefst met het gezichtje naar beneden). Ondertussen blijven de weeën druk uitoefenen tot we het lichaam van onze moeder verlaten. Geboren worden is geen pretje. Zeg maar gerust dat het voor ieder van ons een overweldigende ervaring is…

Opslag

In de eerste twee jaar hebben we nog niet de beschikking over taal. De ervaringen van toen worden dus zonder taal opgeslagen en zijn dan ook niet toegankelijk via onze taal. Maar ze worden wel opgeslagen. In ons lichaam. En reken maar dat je lichaam ze veilig kan opbergen. Want voor een kleine baby zijn die grootse ervaringen misschien wel ’too much’. Het lichaam bergt de ervaringen zodoende op onbewust niveau heel goed op. The body keeps the score. Vanaf het moment dat er iets als een lichaam is; vanaf die eerste cel.

Imprints

Dat we het niet bewust weten, wil niet zeggen dat we het ook niet merken. De vroege ervaringen vormen diepe imprints die zich herhalen in je leven en graag gezien en begrepen willen worden. En wanneer we in verbinding met ons lichaam staan, kunnen we ook luisteren naar wat ons lichaam ons daarover te vertellen heeft. Ik heb mogen zien en ervaren dat dit kan en dat je via je lichaam toegang kunt krijgen tot diepe gevoelens, gebaseerd op die zeer vroege ervaringen. En dat geeft de mogelijkheid rust te vinden en te helen wat zo vroeg misschien al wel beschadigd is geraakt. Dat is zo mooi!

Verder lezen?

Ons lichaam en onze psyche zijn nauw met elkaar verweven. Veel nauwer dan we vaak beseffen. Er komen steeds meer boeken over dit onderwerp. Vaak ook gerelateerd aan trauma’s. Een voorbeeld is ‘Traumasporen’, de Nederlandse vertaling van het boek ‘The body keeps the score’, geschreven door Bessel van der Kolk. Ook het boek ‘Wanneer je lichaam nee zegt’ is een prachtig voorbeeld. Schrijver Gabor Maté weet alles zo liefdevol te verwoorden.

Bij IQenzo is ook alle ruimte om het geboorteverhaal een plek te geven en bewust te worden van patronen die daar zijn ontstaan.

Stress en hechting

Eerder schreef ik over het spinnenweb. Over gebeurtenissen die zo’n grote invloed op je leven kunnen hebben, maar niet per definitie schadelijk hoeven te zijn. Ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat deze gebeurtenissen ook zichtbare gevolgen kunnen hebben op de ontwikkeling op latere leeftijd. En ik denk dat een stuk begrip voor de achtergrond daarvan goed is en helend kan werken. Twee centrale begrippen zijn: stress en hechting.

Twee systemen

Vanuit de wetenschap komen steeds meer aanwijzingen voor de invloed van de prenatale ontwikkeling op de latere ontwikkeling. Het is algemeen bekend dat roken en alcohol slecht is voor een ongeboren baby, waardoor het kind grotere risico’s loopt op fysieke gezondheidsklachten en ontwikkelingsproblemen. Dat heeft ermee te maken dat er twee belangrijke systemen werken in een lichaam: het stress-systeem en het groei-systeem. Op het moment dat er stress ontstaat, in het geval van roken en alcohol is dat het feit dat er een giftige stof in het lichaam komt, wordt het stress-systeem geactiveerd en het groei-systeem afgeremd. De bloedstroom verandert: hersendelen die de vlucht-vecht-bevries-reactie geven, krijgen meer bloed. Ik denk dat je je wel kunt voorstellen dat dit voor een kind bij wie die hersenen volop in ontwikkeling zijn grote invloed kan hebben. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat dit uiteindelijk zelfs zichtbaar wordt op de score op een intelligentietest.

Stress

Factoren die een negatieve invloed hebben op de foetus zijn vrijwel altijd te herleiden naar stress. De oorsprong van stress kan natuurlijk heel verschillend zijn. De manier waarop een zwangerschap begonnen is, dat wat de moeder tijdens de zwangerschap meemaakt en voelt, de manier waarop de bevalling uiteindelijk verloopt voor moeder en kind, de eerste momenten na de bevalling zijn allemaal verschillende stressfactoren. Het voorkomen van deze stress kan geen doel op zich zijn. Dingen gebeuren nu eenmaal. En bovendien wordt het kind ook voorbereid op de wereld waarin hij gaat opgroeien door in de baarmoeder al deze ervaringen op te doen. Maar ook al zouden er geen stressvolle situaties zijn, dan nog is het belangrijk dat het andere systeem geactiveerd wordt: het groeisysteem.

Hechting

Bij een baby is een belangrijke stimulans van het groeisysteem de hechting met zijn ouders. Hij heeft zijn ouders nodig om stress te kunnen reguleren en moet zich daarnaast geliefd, gezien, begrepen voelen. Deukjes in het eerder genoemde spinnenweb van de ontwikkeling kunnen opgevangen worden door een stevige basis van hechting. Gebeurtenissen kunnen een gezonde hechting ondermijnen, maar dit kan ook weer herstellen. Een mooi voorbeeld is het beeld van lijm. Wanneer een baby bijvoorbeeld – om wat voor reden dan ook – direct na de geboorte wordt weggehaald bij zijn moeder, ondermijnt dit de hechting tussen moeder en kind. Dit moment is erg belangrijk, vergelijk het met ‘verse lijm’. Wanneer die eerste ontmoeting later plaatsvindt, is de lijm al iets opgedroogd. Het plakt moeilijker, maar het plakt wel en de hechting kan alsnog tot stand komen.

Geen schuld

Een foetus is zo kwetsbaar. Dat maakt dat je je als ouders heel verantwoordelijk voelt. Met de kennis van het bovenstaande kan ook gemakkelijk een schuldgevoel ontstaan. Zoals vroeger moeders de schuld kregen van autisme bij hun kind. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Schuld wordt pas schuld als je je bewust bent van het bovenstaande en dit negeert. Het mooie van deze kennis is dat het kan helpen gedrag van je kind te begrijpen en nog meer bewust zijn van wat hij zo nodig heeft: een veilige basis waarop hij kan terugvallen, waar hij geliefd is, gezien en begrepen wordt.

Dit artikel is gebaseerd op het boek ‘De biologie van de overtuiging’ van Bruce Lipton, een Amerikaanse celbioloog en onderzoeker. Dit boek gaat over een belangrijk onderzoekgebied in deze tijd: de wetenschap van de epigenetica. Geen gemakkelijke leesstof, maar zeker de moeite van het lezen waard.

Spinnenweb

Mijn praktijkruimte is gevestigd op een boerderij. Naast kippen, koeien, schapen, een pony en een geit zitten er natuurlijk ook kleinere beestjes. Zoals bijvoorbeeld spinnen. Nu ben ik nog niet veel spinnen tegengekomen, maar dat ze er zitten is een feit. Want toen ik vanmorgen uit mijn raam keek, zag ik een spinnenweb. Prachtig, met de zon erop. Gelukkig wel aan de buitenkant van mijn raam.

Het spinnenweb is een mooie metafoor. Ik vergelijk de ontwikkeling van een kind regelmatig met het weven van een spinnenweb. En zeker in de prenatale ontwikkeling, waarin een kind op z’n kwetsbaarst is, kunnen er dingen gebeuren die een blijvende invloed hebben op het resultaat. En zo ontstaan bijvoorbeeld gaatjes en deukjes in het spinnenweb. Net als bij dat web op de foto.

De deukjes en gaatjes die in het web ontstaan, kunnen (vooral bij moeders) zorgen voor een schuldgevoel. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Er gebeuren dingen waar je vaak weinig invloed op hebt. Ze gebeuren nou eenmaal. En wie heeft er nou – bijvoorbeeld – gedurende negen maanden helemaal geen stress? Ja, stress heeft invloed op een baby in ontwikkeling, want de baby krijgt alles mee wat de moeder meemaakt en omdat het zenuwstelsel in ontwikkeling is, wordt die stress ook opgeslagen in het zenuwstelsel. En daar heb je het al: een gaatje in het spinnenweb… Maar hier heb je dus geen schuld aan. Het is niet iets wat je je kind bewust hebt aangedaan.

Het mooie van het beeld van het spinnenweb is dat gaatjes en deukjes niet per definitie grote gevolgen hebben. Zoals ook in het web op de foto te zien is, is het web wel af, maar met gaatjes erin. Hier en daar missen er stukjes rag. En ik vind dat eigenlijk ook mooi: we worden gevormd door alles wat wij (en onze moeder tijdens de zwangerschap) meemaken. We worden ook gevormd door moeilijke gebeurtenissen. Daar komen we vaak zelfs sterker uit. Dat is toch ook wat het leven met ons doet?

Het is fascinerend om na te denken over het spinnenweb van jezelf of dat van je kind. Het geeft een stukje begrip van hoe je als mens in elkaar zit. Over waarom je bepaalde overtuigingen hebt gekregen, diep verankerd op een onbewust niveau. Dit inzicht kan leiden tot meer liefde voor jezelf of voor je kind. Omdat het je een sleutel geeft tot behoeften die tot dat moment achter slot en grendel verstopt zaten.

Een spinnenwebdoolhof. Dat leek me wel een toepasselijk plaatje.

Meer lezen over geboortepsychologie: https://www.iqenzo.nl/geboortepsychologie/. Meer lezen over de eerste 1000 dagen: https://www.1001kritiekedagen.nl/

Gebruiksaanwijzing

Een zucht. “De gebruiksaanwijzing is met het vruchtwater weggegooid, vrees ik…”

Het gedrag van kinderen kan ouders soms tot wanhoop leiden. Boosheid en frustraties, niet luisteren, brutaliteit kunnen je het als ouder knap lastig maken. Maar ook meer naar binnen gericht gedrag kan moeilijk zijn. Faalangst, onzekerheid, negatieve gedachten. En dan kun je als ouder wel eens verlangen naar die gebruiksaanwijzing. Wat te doen bij probleemcode ‘B-00-S’?

Gedrag en behoeften

Gedrag van kinderen ontstaat niet zomaar. Je hebt misschien iemand wel eens horen zeggen dat het gedrag het communicatiemiddel van je kind is. Het kind gedraagt zich op een bepaalde manier, omdat het je eigenlijk iets wil vertellen. Het lastige is dat het kind vaak zelf niet weet wat het je wil vertellen. En dan ontstaat die behoefte aan een gebruiksaanwijzing.

Gelukkig weten we steeds meer over hoe kinderen zich ontwikkelen. En dat begint al voor de conceptie. Daar wordt eigenlijk al een basis gelegd voor het gedrag op latere leeftijd. We ontdekken namelijk dat ook cellen de ervaringen die het opdoet onthoudt. En dat geldt ook voor de eicel die zich aan het klaarmaken is om te ovuleren. De eerste ervaringen van een kind worden dus al opgeslagen voordat er een bevruchting plaatsvindt.

In de negen maanden die volgen worden alle ervaringen, na het opslaan op celniveau, ook opgeslagen in het zenuwstelsel en de hersenen. Wat die ervaringen van een baby zijn? Een baby ervaart alles wat zijn moeder ervaart. En al deze ervaringen slaat hij op. Niet in het bewustzijn, maar in zijn lichaam en primitievere hersendelen. En later in zijn leven kunnen de gevoelens die hier zijn opgeslagen, getriggerd worden. En hier is niets zweverigs aan, er komt steeds meer wetenschappelijke onderbouwing voor deze pre- en perinatale invloeden.

Maar wat is dat nu met die gebruiksaanwijzing? Het is natuurlijk een beetje een kil en koud beeld. Alsof je in een boekje zou moeten kijken om te weten wat je met je kind moet doen. En alsof daarin te lezen zou zijn wat je kindje nodig heeft. Nodig heeft… Een kind heeft iets nodig, het heeft behoeften. In zijn levensverhaal, vanaf het allereerste begin, komen die behoeften om aandacht vragen. En dat blijven ze doen, tot ze aandacht hebben gekregen en vervuld zijn. Want als behoeften niet gezien worden, gaan ze om aandacht vragen. In de vorm van gedrag. Dus onder gedrag gaan behoeften schuil. En als we ontdekken wat die behoeften zijn, dan kunnen we die vervullen. Dan weten we wat we moeten doen. Dus ja, een link tussen die gebruiksaanwijzing en het vruchtwater is er eigenlijk wel…

Onderzoek

De basis voor gedrag ligt al in de pre- en perinatale ontwikkeling. Zelfs een ogenschijnlijk probleemloze zwangerschap en geboorte kunnen al gerelateerd zijn aan bepaald gedrag en dus aan bepaalde behoeften. Dit kan zoveel inzichten geven en daarom krijgen het conceptie-, zwangerschaps- en geboorteverhaal een prominente plek, als een prachtige aanvulling op de al bekendere onderzoeksmethoden, zoals intelligentieonderzoek en onderzoek naar de sociale en emotionele ontwikkeling. Door deze combinatie tussen geboortepsychologie en andere verklaringsmodellen ontstaat er een breed en compleet beeld van wat het kind nodig heeft, met aanknopingspunten voor thuis en op school. En zo krijg je toch nog een soort gebruiksaanwijzing, of in elk geval een ‘richtingaanwijzer’.

Dit onderzoek bestaat uit drie gesprekken met de ouders en een onderzoeksochtend met het kind. In het intakegesprek bespreken we wat de reden is voor het zoeken van hulp. We stemmen samen af welke stappen er gezet moeten worden. Het tweede gesprek is een langere sessie waarin we inzoomen op de zwangerschap en geboorte van het kind. Vervolgens komt het kind voor het intelligentieonderzoek. De ouders en (eventueel ook de leerkracht) vullen enkele vragenlijsten in waarmee we zicht krijgen op de sociale en emotionele ontwikkeling. Al deze gegevens, van de geboortepatronen tot en met de resultaten uit het onderzoek, worden in een rapportage verwoord. In deze rapportage komt ook een conclusie en advies. Tenslotte hebben we een gesprek over de bevindingen en bespreken we ook of er een vervolgtraject nodig is.

Voor wie? Voor elke ouder die zich afvraagt waar het gedrag van zijn zoon of dochter vandaan komt. Dit kan boos of druk gedrag zijn. Of angstig gedrag. Er kan sprake zijn van hoogsensitiviteit of prikkelgevoeligheid. Of welk gedrag dat zorgen baart dan ook. Wees welkom, dan gaan we samen onderzoeken wat het kind met dit gedrag te vertellen heeft, dan zoeken we samen naar die zoekgeraakte gebruiksaanwijzing.

Meer informatie over het aanbod.

Meer wetenschappelijke achtergrondinformatie lezen over de eerste 1000 dagen: www.1001kritiekedagen.nl

Geboortepsychologie

inHet klinkt misschien logisch, maar je conceptie, tijd in de baarmoeder, geboorte en de periode daarna hebben een grote invloed op de manier waarop je je ontwikkelt. En hoe logisch het ook klinkt, toch houden we hier in de praktijk vaak nog maar weinig rekening mee. Nu ik me verdiep in deze geboortepsychologie voel ik een diepe drive om dit bij IQenzo anders te gaan doen. Ook omdat er steeds meer wetenschappelijke onderbouwing komt voor de invloed van de pre-, peri- en postnatale periode.

Geboortepsychologie geeft voor mij een antwoord op de oorsprong van gedrag. Ik wil zo graag verder kijken dan het gedrag. Een kind kan bijvoorbeeld hyperactief gedrag laten zien. Hij en zijn omgeving kunnen daar erg onder lijden. Misschien voldoet hij wel aan de criteria van ADHD, zoals deze in de DSM-V vermeld staan. Maar daarmee wordt het gedrag niet verklaard. En nu kan het best eens zijn dat er bij dit kind iets in de pre-, peri- of postnatale tijd heeft plaatsgevonden wat in verband staat met het drukke gedrag dat hij nu laat zien. Dan kan begrip en erkenning al een verandering teweegbrengen. Daarmee wil ik dus niet zeggen dat een diagnose van ADHD niet relevant is. Maar het gaat me erom dat ik zo graag het kind en zijn hele verhaal wil zien. En oog wil hebben voor zijn behoeften die uit zijn verhaal naar voren komen.

Een geboorte kan voor een baby een overweldigende ervaring zijn. Het kan hem het gevoel van doodsangst geven. Bijvoorbeeld wanneer de geboorte niet wil vlotten of wanneer hij de navelstreng strak om zijn nek heeft zitten. Maar ook een (voor de moeder) vlot verlopen bevalling kan voor de baby overweldigend zijn. Onder de geboorteverhalen zitten allerlei verschillende behoeften schuil. En deze vormen de blauwdruk van het gedrag van het kind. Wat je merkt, is dat deze behoeften steeds weer terugkeren tot ze verwerkt worden.

Maar ook de periode voor de geboorte is zo belangrijk. Wat is er allemaal gebeurd in die kwetsbare periode waarin het zenuwstelsel van het kind zich ontwikkelde? Is er sprake geweest van stress bij zijn moeder? Was het kind gewenst of niet en kon er ook een emotionele verbinding ontstaan tussen moeder en kind? En welke ervaringen en misschien zelfs wel trauma’s draagt de moeder met zich mee en kan ze overdragen aan haar baby? Dit zijn allemaal vragen die mij dwingen om verder te kijken dan naar het gedrag van het kind.

Ik wil het geboorteverhaal daarom een prominentere rol geven in de hulp die ik te bieden heb. Ik was al gewend om hier vragen over te stellen, maar ik zal dit dieper gaan uitvragen. Ook is het mogelijk een gesprek in te plannen om dieper in te zoomen op de pre- en perinatale ervaringen (dat kunnen de ervaringen van het kind zijn, maar ook de ervaringen van ouders). Op deze manier krijgt de geboortepsychologie in mijn praktijk een plek in mijn aanbod.

 

 

 

 

Nog maar zo klein, maar absoluut geen onbeschreven blad…