Als ik de kern van mijn werkzaamheden van de afgelopen 17 jaar in één woord moet samenvatten is dat ongetwijfeld het woord ‘diagnostiek’. Als orthopedagoog met een analytisch brein ga ik hier helemaal op aan. Het puzzelen met als doel het gedrag van een kind beter te begrijpen en na te denken over wat dit kind in deze situatie en op dit moment nodig heeft en wat het kan helpen geeft me veel voldoening.

Tegelijkertijd ben ik kritisch op hoe diagnostiek vaak wordt ingezet. In 2020 schreef ik daar al een artikel over, waar ik nog altijd volledig achter sta. Sterker nog; ik word hier steeds meer in bevestigd. De Mulock Houwerlezing in 2025 sluit aan op mijn visie met betrekking tot classificatie. (Mocht je geïnteresseerd zijn en open staan voor anderhalf uur inspiratie over dit onderwerp: Mulock Houwer-lezing door Laura Batstra.) Eén van de belangrijkste risico’s voor diagnostiek die gericht is op labelen en classificeren is dat de verklaring voor gedrag volledig bij het kind komt te liggen. En dat is simpelweg te kort door de bocht.

Iets wat wat mij betreft niet genoeg benadrukt kan worden is dat een classificatie nooit een verklaring geeft voor gedrag. Zo is de ‘classificatiebijbel’, de DSM-V, niet bedoeld. Je kunt dus niet zeggen dat een kind zich niet kan concentreren omdat hij ADHD heeft. Dit wordt wel vaak gedaan. Maar het ADHD-label geeft aan dat er bij het kind een aantal gedragskenmerken zijn waargenomen, die belemmerend zijn in zijn ontwikkeling (meer informatie). De oorzaak hiervan vind je niet terug in de DSM-V. Terwijl er ontzettend veel oorzaken voor te bedenken zijn, die per kind anders zijn. Dat kunnen factoren in aanleg zijn, maar ook factoren in interactie met de omgeving van het kind. Dus in de opvoeding, onderwijs, live-events. Diagnostiek moet in mijn ogen gericht zijn op die verklarende factoren. Daar vind je aanknopingspunten in wat het kind kan helpen in zijn ontwikkeling.

Dat geldt ook voor diagnostiek rond hoogbegaafdheid (wat geen DSM-classificatie is, maar wel zo gebruikt kan worden in de praktijk). De begaafdheid van een kind is in de eerste plaats een talent. Wanneer dit talent gezien en gevoed wordt en het kind de tools ontwikkelt om met dit talent te leven, zijn er niet direct veel problemen te verwachten. Maar wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een mismatch op school, op sociaal of cognitief vlak, dan ligt daar de sleutel tot verbetering. Het kind reageert vaak met bepaald gedrag. Dit gedrag kan heftig zijn voor de ouders, of ingewikkeld voor school. Maar de oplossing is niet het kind te labelen of allerlei gedragstechnieken aan te leren. Want de kern van het probleem is te vinden in de mismatch. Dus daar moet ook de oplossing gezocht worden. En dat is mijns inziens het doel van de diagnostiek.

De vergelijking met de bloem blijft wat mij betreft bestaan. Als een bloem niet bloeit, zoek je naar de oorzaak. Die is over het algemeen te vinden in de omgeving van de bloem. Krijgt hij voldoende licht? Staat hij in de juiste bodem? Heeft hij voldoende water en voeding gekregen? Dat is diagnostiek.