Artikelen
Ervaringen en gedachtenspinselsWISC-V
De WISC-V
Deze vijfde editie van de WISC heeft de derde editie vervangen. Maar het is een compleet andere test dan de derde editie. Het onderscheid tussen het verbale IQ en het performale IQ wordt met deze nieuwe test niet meer gemaakt (en daarmee is ook de term ‘V-P of P-V-kloof verdwenen, wat door het gebruik van de WISC-III een Nederlandse niet-bestaande diagnose is geworden die we liever kwijt dan rijk zijn, zie mijn andere artikel). Daarvoor in de plaats is het talige (verbaal) redeneren aangevuld met visueel-ruimtelijk redeneren en fluïde (logisch, zonder taal) redeneren. Daarnaast wegen taken die een beroep doen op het werkgeheugen en verwerkingssnelheid zwaarder. Er zijn enkele onderdelen met expliciete tijdsdruk. Met behulp van al deze verschillende indexen wordt inzicht verkregen in het intelligentieprofiel van het kind. Het leeftijdsbereik is van 6 tot 16 jaar.
Hoe zit het met de RAKIT-2?
Deze test van Nederlandse bodem is gefundeerd op dezelfde theorie als de WISC-V. De RAKIT-2 vraagt minder actief taalgebruik van een kind en is daarmee voor verlegen kinderen prettig. Er wordt meer met meerkeuzevragen gewerkt, wat voor twijfelende kinderen mogelijk minder prettig is. Het kind moet gebruik maken van kennis, maar ook van logisch nadenken, zijn geheugen en associatievermogen. Het leeftijdsbereik is van 4 tot 12 jaar. De RAKIT-2 is ontwikkeld om de intelligentie te meten bij kinderen die vermoedelijk meer aan de ondergrens van de intelligentiecurve functioneren. Dit maakt de RAKIT-2 voor onderzoek bij hoogbegaafdheid minder geschikt, ook vanwege het plafondeffect (onvoldoende moeilijke items voor kinderen vanaf een jaar of negen). De RAKIT-2 wordt om die reden bij praktijk IQenzo niet meer gebruikt.
Juist gebruik
Het gaat in de praktijk uiteindelijk om een juist gebruik van de uitslag van de test. Dit is de belangrijkste boodschap van dit artikel. We moeten stoppen met het gebruik van de intelligentietest als toelating voor voorzieningen. In plaats daarvan kijken we naar de hulpvraag die gesteld is. We hebben het dan over wat het kind nodig heeft om zich (weer) optimaal te kunnen ontwikkelen. Door middel van het intelligentieonderzoek proberen we die vraag te beantwoorden. En daarvoor gebruiken we de test die het meest geschikt is voor dit kind, met deze vraag, in deze context.
Ik wil heel graag mijn bijdrage leveren aan het juiste gebruik van de intelligentietest, bijvoorbeeld op school. Ik merk dat in de praktijk vaak vooral naar het totale IQ gekeken wordt. Daarmee wordt zowel het kind als de test tekort gedaan. Er kan zoveel meer met de resultaten gedaan worden! Wil je hier meer informatie over? Neem contact op en dan praten we door over de mogelijkheden.
Meer lezen:
Meer lezen over het IQ.
Meer lezen over intelligentie.
Meer lezen over begaafheidsonderzoek.
Meer lezen over de WISC-III en de WISC-V.
Het onderzoek bij Tim
Tim, 8 jaar, wordt aangemeld voor een onderzoek naar begaafdheid omdat hij het op school niet meer zo leuk vindt en zijn ouders zich daar zorgen over maken. Tim leert gemakkelijk, vooral het rekenen gaat hem gemakkelijk af. Op school mag hij daarom moeilijker rekenwerk doen. Ook krijgt hij verrijkingswerk. Tim is een introverte jongen en vertelt uit zichzelf niet zo snel wat hem dwars zit. Maar de laatste tijd is hij ’s ochtends vaak heel erg verdrietig. Hij huilt veel en wil niet naar school. En daar maken zijn ouders zich zorgen over. Ze willen hem graag helpen om weer met plezier naar school te kunnen gaan. Ze willen begrijpen waarom hij vaak zo verdrietig is.
Op de ochtend dat ik Tim ontmoet zie ik een vrolijke jongen met een ernstige blik in zijn ogen. Het contact is gemakkelijk gelegd en Tim heeft duidelijk plezier in het onderzoek. Ik zie een jongen die geniet van de moeilijkheidsgraad van de opdrachten en die niet bang is om fouten te maken. Hij staat open voor feedback en past dat ook direct toe. Hij kan goed vertellen wat hij denkt en voelt. Ook zijn enorme hoeveelheid kennis die hij kernachtig weet te verwoorden valt op. We praten samen. Ook over school. Wanneer ik hem vraag wat hij leuk vindt op school blijft hij stil. Na lang nadenken noemt hij een spel dat hij af en toe mag doen. Iets anders kan hij niet bedenken.
Tim vult ook een vragenlijst in. Hij kan in die vragenlijst invullen hoe hij over school denkt. Dit doet hij eerlijk. School komt er, zoals verwacht, zeer negatief uit. Hij geeft aan dat hij echt wel zijn best wil doen. Hij kan zich ook prima concentreren. Maar plezier? Nee, dat absoluut niet.
Uit het onderzoek blijkt dat Tim hoogbegaafd is. En Tim verveelt zich al lange tijd op school. Wist je dat hoogbegaafde kinderen soms wel 75% van de tijd zitten te wachten op school? Omdat ze de instructie al begrijpen, het werk al af hebben, wachten op instructies voor andere taken? En dat dag in, dag uit? Deprimerend, en bij sommige kinderen groeit dit ook daadwerkelijk uit tot een depressie. Ik begrijp dan ook dat Tim geen plezier ervaart op school. En zijn negatieve gevoelens zijn een belangrijke reden om in te grijpen. Tim wil nog graag uitgedaagd worden. Hij staat open voor moeilijke stof. Die leermotivatie is hij gelukkig nog niet kwijt.
Het begaafdheidsonderzoek gaf de ouders van Tim inzicht in wat hij nodig heeft. Hierdoor konden ze hem in de eerste plaats al beter begrijpen. In de tweede plaats konden ze samen met school een plan maken om Tim de uitdaging te bieden die hij zo hard nodig heeft.
Wil je meer weten over een begaafdheidsonderzoek? Overweeg je een onderzoek naar begaafdheid bij je kind? Op deze pagina lees je er meer over. Je kunt natuurlijk ook contact met me opnemen via de contactpagina, per mail of telefonisch.
Het IQ
Een poosje terug schreef ik over het verschil tussen het IQ en intelligentie. In dat artikel heb ik kort uitgelegd wat het IQ is en wat intelligentie is. In dit artikel wil ik nog iets dieper ingaan op het IQ. Ik vind dat belangrijk, omdat het IQ een behoorlijk gewicht heeft gekregen in onze maatschappij. De vraag is of dat terecht is.
Wat is het IQ ook al weer?
Het IQ is de afkorting van Intelligentie Quotiënt. Dit quotiënt wordt berekend door de score van een persoon op een intelligentietest om te zetten naar een score ten opzichte van andere personen van dezelfde leeftijd. Als je dit getal in een grafiek plaatst, zie je dat de meeste mensen een IQ hebben dat tussen de 90 en de 109 valt. Daarnaast heeft een vrij groot percentage een IQ tussen de 80 en de 89 en tussen de 110 en de 119. Dit wordt ook gezien als gemiddelde IQ’s, waarbij wel onderscheid gemaakt wordt in laag of hoog in het gemiddelde gebied.
Heb je een IQ voor je hele leven?
Hier ontstaan de misverstanden. Je IQ staat namelijk niet vast voor je hele leven. Want er zijn veel factoren van invloed op het IQ. Zo kun je op de dag van de testafname niet helemaal fit zijn. Je kan het spannend vinden en daardoor minder helder denken. Misschien voel je je niet zo gemotiveerd om alles eruit te halen wat je in je hebt. Of je ergert je aan de onderzoeker tegenover je. Je kan het antwoord op een vraag even kwijt zijn, terwijl je het de volgende dag wel weer weet. Dit zijn allemaal factoren die te maken hebben met degene die getest wordt. Zo zijn er ook factoren buiten deze persoon. De onderzoeker heeft invloed op de testafname. De omgeving kan invloed hebben. En zo zijn er nog meer factoren te bedenken. Dat betekent dat het IQ dat vervolgens wordt uitgerekend vooral iets zegt over je prestatie op een intelligentietest op die dag, onder die omstandigheden.
Maar wat zegt een IQ dan wel?
Als het goed is geeft het IQ een schatting van het niveau van de cognitieve vaardigheden vergeleken met leeftijdgenoten. Belangrijker nog is dat een goede intelligentietest, zoals de WISC-V (spreek uit: WISC 5), de RAKIT-2 en andere tests die door psychologen en orthopedagogen gebruikt worden, meerdere IQ-getallen geeft voor verschillende cognitieve vaardigheden, die gerelateerd zijn aan wat wij ‘intelligentie’ noemen. Bovendien worden er intervallen vermeld. Deze intervallen geven de informatie dat je score, bij herhaling van de test, met 90 of 95% zekerheid opnieuw binnen een bepaalde marge valt. Dat kan dus iets hoger of lager zijn dan het precieze IQ van die dag. Een intelligentietest geeft op deze manier schatting van de cognitieve vaardigheden en geeft daarnaast inzicht in sterkere en minder sterke cognitieve vaardigheden.
Wat moeten we nog met het IQ?
Ik ben van mening dat we voorbij het ‘precieze’ IQ moeten kijken. Al sinds de oprichting van IQenzo is dat mijn visie en met het uitkomen van de nieuwe intelligentietest, de WISC-V, wordt dit meer en meer benadrukt in de wereld van intelligentieonderzoek. We moeten af van de overwaardering van het IQ, ook wat betreft toelatingscriteria voor instellingen en onderwijstypes. We doen op die manier namelijk echt geen recht aan het kind. Wat dan wel? We moeten kijken naar het profiel van sterke en minder sterke cognitieve vaardigheden (op basis van de intervallen), de observatie daarbij tijdens een onderzoek en de eventuele andere onderzoeksresultaten. Op basis daarvan, met de mensen die betrokken zijn bij het kind, onderzoeken we wat een kind nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. De dagschatting, het IQ, is daarbij van ondergeschikt belang.
IQenzo beschikt over zeer veel ervaring op het gebied van intelligentieonderzoek. Wil je meer weten? Neem dan contact met me op.
Meer lezen? Download dan mijn E-book.
Als een bloem niet bloeit…
Een bloemetje
In mijn tuin staat een zonnebloem in een pot. In april heb ik hem gezaaid en al snel bleek hij zich niet normaal te ontwikkelen. De wortels groeiden – krom – boven de grond, de blaadjes ontstonden onder de grond en het plantje bleef klein en misvormd. Het droogde ook bijna uit, maar dat had niet met zijn wortels te maken. We vergaten hem soms water te geven. Toch ging het plantje niet dood. Het groeide in zijn eigen tempo. Het werd zomer en zijn grote broers werden langer, steviger en groter. Dit plantje bleef klein en dun. Zijn broers kwamen in bloei. Grote gele knoppen, boordevol nieuwe zonnebloempitten. Ondertussen groeide de kleine zonnebloem gestaag door. Zijn broers raakten uitgebloeid en verdorden. De kleine zonnebloem staat nog steeds fier overeind in zijn pot, op één van de zonnigste plekjes van de tuin. De zomer is voorbij, hij loopt de sterkste zonnekracht mis. Maar bloeien zal hij. Op zijn eigen tempo en tijd…
Eerlijk gezegd had ik het niet verwacht. Meerdere keren stond ik op het punt het zonnebloempje weg te gooien. Maar iets in mij zag het ook als een experimentje en misschien zelfs wel een leermomentje. Wat gebeurt er met dit bloemetje wat een valse start had, niet altijd de juiste verzorging heeft gehad en door zijn afwijkende ontwikkeling ook niet in de meest ideale tijd van het jaar moet gaan groeien en – wie weet – gaan bloeien?
Aan het bloemetje zelf kon ik niks veranderen. Het ontwikkelde zich op zijn eigen, van het gemiddelde afwijkende manier. Ik kon wel zorgen voor genoeg water (en oeps, niet altijd gedaan…), een zonnig en warm plekje en voedzame potgrond. En dit bloemetje komt er wel. Het zal zijn doel, tot bloei komen, bereiken.
Een kind
Hoe zit dat dan met een kind dat zich niet ontwikkelt zoals het gemiddelde kind? Een kind wordt geboren met een bepaalde aanleg op allerlei verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals motoriek, creativiteit, intelligentie, muzikaliteit. Er zijn vervolgens allerlei factoren die ervoor zorgen of dat wat erin zit er ook uitkomt. Denk bij die factoren aan hoe het kind omgaat met fouten (mindset), prestatiemotivatie, strategieën die het kind gebruikt. Dat zijn persoonlijkheidsfactoren in het kind. Daarnaast zijn er factoren die buiten het kind liggen, zoals het gezinsklimaat, klassenklimaat, kwaliteit van de instructie, ingrijpende gebeurtenissen, oftewel de omgevingsfactoren.
Wat doen we als een kind zich niet ontwikkelt volgens de verwachting? Hoe vaak kijken we naar wat er mis is bij het kind? Heeft het concentratieproblemen, misschien wel ADHD? Komt het in sociaal opzicht niet mee, dus speelt er misschien autisme? Wat gebeurt er als we eerst kritisch kijken naar de omgeving van het kind? Heeft dit kind een andere voedingsbodem nodig? Krijgt het genoeg water? Staat het op de juiste plek, zodat het omstandigheden optimaal zijn om tot bloei te komen? Of staren we ons blind op dat wat dit kind anders doet? Op wortels die boven de grond uitkomen? Op een afwijkende groeicurve? En willen we dit veranderen?
Willen we ervoor zorgen dat een kind tot bloei komt, dan zullen we moeten beginnen met het aanpassen van de omgeving van het kind. Om dat te kunnen doen, moeten we wel het kind goed begrijpen en weten wat het nodig heeft. Maar die informatie heeft als doel om de omgeving zo optimaal mogelijk op het kind te laten aansluiten en niet om het kind te willen veranderen. En vanuit die goed aangepaste omgeving kunnen we het kind sterker maken, laten groeien en bloeien. Leren omgaan met fouten maken, leren om handige strategieën toe te passen, leren om zelfverzekerd in het leven te staan. We kunnen het kind niet veranderen, wel sterker maken. En dat lukt alleen vanuit een goed afgestemde omgeving.

De zonnebloem in mijn tuin: in volle bloei!
Maak je je zorgen over je kind, omdat je het gevoel hebt dat het niet tot bloeien komt? Neem contact op. Ik denk graag met je mee. We kunnen in kaart brengen wat je kind nodig heeft, zodat je als ouders en leerkracht handvatten krijgt om je kind weer tot bloei te laten komen.
kim wil een koek
Mijn zoon zit sinds kort in groep 3. Vorige week kwam hij trots thuis met zijn eerste schrift. Zijn leesschrift. Samen bekeken we zijn schrift. Allerlei verschillende leesoefeningen kwamen voorbij. En toen viel mijn oog op het deze opdracht:

Zoonlief heeft het gewenste antwoord aangekruist, maar de opgave liet mij niet meer los. Dit is namelijk een voorbeeld van een opdracht waarbij sommige kinderen kunnen vastlopen. Niet omdat ze de opdracht niet snappen, maar omdat de opdracht aanleiding geeft voor een heleboel mogelijke antwoorden. Dat noemen we divergent denken. Om een paar voorbeeldjes te noemen:
- Een ijsje is ijs én koek, dus dat is meer dan alleen maar koek, dus als Kim koek wil, kan ze beter het ijsje kiezen. Dat is gewoon slim.
- Misschien wil Kim helemaal geen koek, maar durft ze dat niet te zeggen en neemt ze toch maar een koek.
- Misschien wil Kim-bij-het-ijsje wel liever een koek, maar ze krijgt een ijsje.
- Kim wil een koek en ziet het ijsje en vindt dan het ijsje toch lekkerder dan de koek.
- Je kunt helemaal niet weten wat Kim wil, want je kunt toch niet in haar hoofd kijken.
Dit soort gedachten kunnen ervoor zorgen dat een kind blokkeert of dat het kind dus het andere antwoord aankruist. Divergent denken wordt vaak bij hoogbegaafde kinderen gezien. Het kan een verklaring geven voor faalangstig gedrag (waardoor het kind blokkeert, uit angst een verkeerd antwoord te geven) of voor lage toetsscores. Een ‘verkeerd’ antwoord geeft echter bij deze kinderen niet aan dat ze het niet goed begrepen hebben. Nee, ze denken juist te ver door en zien zoveel mogelijkheden.
Hoe ga je hiermee om?
In de eerste plaats is het belangrijk te proberen het kind te begrijpen. Waarom heeft het niets ingevuld of waarom heeft het het minst logische antwoord gekozen? Vooral als dit met regelmaat gebeurt is het goed om eens bij het kind te checken waarom het bepaalde antwoorden geeft. Zo weet het kind zich gezien en weet je als leerkracht wat er gebeurt in het hoofd van het kind. In de tweede plaats is het belangrijk om deze manier van denken tijdens toetsen niet te vergeten. Een toetsscore zou een weergave moeten zijn van de mate waarin het kind de stof begrijpt en beheerst. Maar dit voorbeeld geeft aan dat sommige fouten niets te maken hebben met een tekort aan begrip, maar juist met een talent om verder, dieper en complexer te kunnen denken. En tenslotte: durf kritisch te zijn op de opdrachten. Bovenstaande opdracht zou beter geformuleerd zijn als: kim pakt een koek. Durf daarom ook een niet-logisch antwoord met een juiste gedachtegang goed te rekenen.
Intelligentie vs. IQ
Het IQ
Als we het over het IQ hebben, wordt vaak gedacht dat we daarmee meten en weten hoe slim iemand is. Dat klopt niet helemaal. Het IQ is eigenlijk niet meer dan een score op een intelligentietest. De meeste mensen behalen een score rond de 100. Dat is een gemiddeld IQ. Het IQ is dus alleen maar een getal waarmee je je prestatie op een test kunt vergelijken met de prestatie van andere mensen die ongeveer dezelfde leeftijd hebben.
Het IQ-getal is dus de score over de hele intelligentietest. En dat geeft natuurlijk best wel wat informatie. Het staat alleen niet op zichzelf. Het is ook heel belangrijk om als onderzoeker goed te observeren tijdens de testafname. Want het kan zijn dat het kind dat de test maakt veel last heeft van spanning en daardoor niet goed kan nadenken. Iemand kan veel last hebben van faalangst en daardoor alleen antwoord geven wanneer hij helemaal zeker is van het antwoord. Of het kind heeft slecht geslapen en presteert daarom minder goed. Dat betekent dus dat je als onderzoeker altijd de scores inbedt in de observaties. Het betekent ook dat een IQ per dag een beetje kan verschillen. Dat is één van de redenen waarom er steeds meer gekeken wordt naar het interval waarbinnen het IQ ongeveer – namelijk met 90 of 95% zekerheid – ligt.
Intelligentie
Wanneer we over intelligentie praten, dan hebben we het over veel meer dan een getal. Intelligentie is eigenlijk een verzamelbegrip voor verschillende cognitieve vaardigheden. Een cognitieve vaardigheid is bijvoorbeeld de vaardigheid een beroep te kunnen doen op allerlei kennis, zoals feiten en woordbetekenissen. Een andere cognitieve vaardigheid is logisch kunnen redeneren. Maar ook de snelheid waarmee je informatie verwerkt is een cognitieve vaardigheid. Tijdens een intelligentietest worden deze (en nog andere) verschillende cognitieve vaardigheden eigenlijk uitgelokt. Bij de meeste mensen is de ene cognitieve vaardigheid sterker ontwikkeld dan de andere. Daardoor ontstaat er een profiel met sterke en minder sterke kanten. En het profiel geeft aanknopingspunten voor de praktijk. De afname van een intelligentietest is dus veel meer dan een IQ-bepaling.
Inzicht nodig?
Bij IQenzo heb ik de beschikking over de WISC-V. Eerder had ik ook de RAKIT-2, maar omdat deze test eigenlijk ontworpen is voor de kinderen aan de onderkant van de intelligentiecurve, heb ik besloten deze niet meer te gebruiken. Daarvoor in de plaats maak ik bij jonge kinderen gebruik van de WPPSI-IV. De WISC-V is op dit moment de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen. Bij IQenzo is het mogelijk om alleen de intelligentie in kaart te laten brengen, waarmee inzicht te gekregen wordt in het intelligentieprofiel van je zoon of dochter. Zodat er er meer begrip is voor het kind en op school goed bij het kind kan worden aangesloten. Recent is ook de KIQT+ aangeschaft. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar bij wie een hogere intelligentie vermoed wordt. Deze test heeft een hoger bereik dan de andere intelligentietests en brengt vooral de fluïde redeneervaardigheden in kaart (waarvan bekend is dat deze de grootste relatie hebben met de algemene intelligentie), waarmee een betrouwbare inschatting gegeven kan worden van het cognitieve niveau. Omdat deze test geen breed intelligentieprofiel in kaart brengt, wordt deze bij IQenzo alleen ingezet in een breder begaafdheidsonderzoek of wanneer er bijvoorbeeld behoefte is aan een second opinion.
Als je twijfelt over wat wijsheid is in jouw situatie, neem dan contact met mij op. Ik denk graag met je mee.