Artikelen

Ervaringen en gedachtenspinsels

Het tienminutengesprek

“En er is weer niets veranderd…”

Je herkent het waarschijnlijk wel. In de loop van een schooljaar rijzen er vragen over de ontwikkeling van je kind. Als het schooljaar ten einde loopt, groeit de hoop dat het volgend jaar beter zal gaan. Na een heerlijke zomervakantie begint je kind vol goede moed in de nieuwe groep. Ook je eigen verwachtingen liggen hoog. En ja, je kind komt enthousiast thuis van school. Nieuw vakken, leuke juf, vriendjes met wie weer gemakkelijk afgesproken kan worden. En zo gaan de eerste weken voorbij.

Rond de herfstvakantie staan de eerste tienminutengesprekken weer gepland. Terwijl je thuis echt wel ziet dat het eerste enthousiasme allang weer verdwenen is, het koppie van je kind weer vaker hangt en je die herkenbare blik van vorig jaar ook al weer in zijn ogen hebt gezien, hoop je dat de leerkracht goed nieuws heeft. Dat ze op school toch echt zien dat het beter gaat dan vorig jaar en dat problemen zichzelf hebben opgelost.

Na die tien minuten weet je wel beter.

Dezelfde vragen als vorig jaar zijn aan de orde gekomen. “We weten niet hoe we hem moeten inschatten, is de stof te moeilijk voor hem, of juist veel te gemakkelijk?” Of: “Konden we maar duidelijk krijgen hoe hij de stof wél makkelijk in zich opneemt”. Of: “We weten niet precies wat hij nodig heeft om gemotiveerd te blijven”. Of: “ze is zo perfectionistisch, we vragen ons af wat daarachter zit. Het blokkeert haar”. Problemen lossen zichzelf niet op.

Een intelligentieonderzoek kan bij al dit soort vragen duidelijkheid geven. Samen met jou en je kind kunnen we met behulp van een intelligentieonderzoek eerste stappen zetten om het patroon te doorbreken. En vanuit mijn hart adviseer ik je: wacht niet tot ook dit schooljaar weer bijna voorbij is en er (valse) hoop groeit op verbetering in het komende schooljaar.

Reageren?

Creativiteit

Een kenmerk van hoogbegaafdheid is creativiteit. Dit merk je vaak aan de originele ideeën van hoogbegaafde kinderen. Ze bekijken een probleem soms vanuit een volledig andere invalshoek. Niet altijd wordt creativiteit en/of begaafdheid bij kinderen herkend. Neem de volgende bekende personen bijvoorbeeld:

Albert Einstein sprak tot zijn vierde jaar niet en was 7 voordat hij kon lezen.Op de middelbare school presteerde hij eigenlijk slecht op elk vak.

Van Thomas Edison werd door zijn leerkrachten gezegd dat hij te stom was om te leren. Pablo Picasso kon op zijn tiende nauwelijks lezen of schrijven. Ook de door zijn vader ingehuurde leerkracht gaf het op. Walt Disney werd ontslagen bij een krant omdat hij geen goede ideeën had.

Nu weten we dat deze vier personen een grote mate van creativiteit tot hun beschikking gehad moeten hebben. Dat blijkt wel uit wat ze uiteindelijk bereikt hebben. Maar blijkbaar zit creativiteit soms heel goed verstopt.

Bij onderzoek naar hoogbegaafdheid ben ik alert op creatief denken. Naast het testmateriaal dat hiervoor ontwikkeld is, geeft observatie ook vaak waardevolle informatie. Want hoe benadert een kind de problemen die hem bijvoorbeeld tijdens een intelligentietest worden voorgeschoteld? Welke creatieve oplossingen of antwoorden gebruikt hij? Dit is waardevolle informatie die niet in cijfers te vatten is, maar die voor de verdere begeleiding van het kind wel heel belangrijk is.

Reageren?

Begaafd of niet?

Job kan goed leren. Hij haalt goede scores op de Cito-toetsen. Hij doet goed zijn best. Hij weet van zichzelf dat hij goed kan leren en wil daarom ook geen fouten maken. Van fouten wordt hij zenuwachtig. Hij neemt daarom liever niet teveel risico en speelt op save. En daarmee redt hij het prima. Hij is een ideale leerling: hij haalt goede scores, is niet lastig in de klas en let meestal goed op. Soms let hij minder goed op, dan zit hij wat te dromen in de klas. Maar omdat hij slim genoeg is, pakt hij de draad van de instructie of de opdracht snel genoeg weer op. Maar eigenlijk laat Job nooit zien waartoe hij allemaal in staat is.

Bas kan ook goed leren. Hij heeft de kleuterklassen versneld doorlopen en heeft een duidelijke voorsprong wat betreft de schoolse vaardigheden. Bas gaat met tegenzin naar school, hij vindt het saai. Op school laat hij dan ook uitdagend gedrag zien. Hij stelt kritische vragen en durft regels ter discussie te stellen. Hij is voor de leerkracht een intensieve leerling, maar deze leerkracht is ook wel eens verbaasd over zijn creatieve manier van denken.

Femke is heel erg onzeker. Ze is heel erg kritisch op zichzelf en op anderen en voelt zich snel schuldig. Er zijn aanwijzingen dat Femke meer uitdaging aankan, maar ze wil dit niet. Ze wil niet anders zijn dan de groep en wil dus ook geen andere taken dan de groep. Ze is heel erg bang om buiten de groep te vallen.

Roos heeft dyslexie. Daardoor presteert ze zwak op lezen en spelling. Dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor de vakken waarbij ze veel moet lezen en schrijven, zoals geschiedenis en aardrijkskunde. Roos is hier heel erg gefrustreerd door. Ze wil zo graag meer weten, maar wordt ernstig belemmerd. Hierdoor denkt Roos steeds negatiever over zichzelf. Ze blinkt uit in rekenen, maar omdat lezen hierbij steeds belangrijker wordt, verliest ze ook daar haar plezier in.

Max heeft school min of meer opgegeven. Hij vindt het er verschrikkelijk en is niet meer gemotiveerd om te leren en te presteren. Op school zit men met de handen in het haar, ze weten niet meer wat ze met Max aanmoeten. Terwijl hij als kleuter met een veelbelovende ontwikkelingsvoorsprong groep 1 binnenkwam, lijkt plaatsing naar het speciaal onderwijs op dit moment de enige openstaande optie.

Job, Bas, Femke, Roos en Max zijn vijf leerlingen die alle vijf veel meer uitdaging nodig hebben dan de gemiddelde leerling. Bij alle vijf zijn signalen van een hogere begaafdheid waarneembaar, bij de één duidelijker zichtbaar dan bij de andere. Alle vijf laten ze echter niet zien waartoe ze in staat zijn. En alle vijf hebben ze behoefte aan een op hun ontwikkeling afgestemde leeromgeving.

Ook Mara is een meerbegaafde leerling. Ze weet wat ze wil en hoe ze dat kan bereiken. Ze durft daar ook risico’s voor te nemen, want ze weet dat ze van fouten maken juist kan leren. Mara krijgt op school de ruimte om door te leren en zich te ontwikkelen. Ze heeft het geluk dat haar school daar de nodige faciliteiten voor heeft. Ze krijgt veel feedback van haar leerkracht en ouders, want ze heeft natuurlijk wel behoefte aan ondersteuning bij het leren en ontwikkelen.

Hoe mooi zou het zijn als ook Job, Bas, Femke, Roos het Max de ruimte hadden gekregen die Mara heeft gekregen. Mijn wens is dat een groeiend aantal kinderen zoals deze in een leeromgeving komt waarin ze kunnen laten zien wie ze zijn en waartoe ze in staat zijn. Hoe belangrijk is het daarom dat kinderen als Job, Bas, Femke, Roos en Max tijdig worden geïdentificeerd als kinderen die behoefte hebben aan meer uitdaging en onderwijsaanpassing.

Misschien herken je je eigen zoon of dochter in één van de profielen bij hoogbegaafdheid. Neem gerust contact met me op, ik denk graag me je mee.

Reageren?

Een intelligentietest

Op allerlei manieren kun je via de media intelligentietests doen. Zo is er jaarlijks een ‘nationale IQ-test’ op televisie en kun je ook op internet verschillende tests vinden, op basis waarvan vervolgens een inschatting wordt gegeven van je IQ-getal. De vragen zijn waarschijnlijk met zorg geselecteerd, maar toch geeft zo’n test (met als doel: amusement) natuurlijk een vertekend beeld. Concentratie, tijdsdruk en setting zijn slechts een paar factoren die van invloed zijn op je prestatie.

Wanneer ik een intelligentietest bij iemand afneem, vraag ik het uiterste van deze persoon. Het zijn moeilijke vragen en probleemstukken die hem worden voorgelegd. Een intelligentieonderzoek is dus zeer intensief. Op deze manier krijg je dan ook een beeld van de grenzen van wat iemand kan en weet (al is een intelligentietest dan ook weer zo opgebouwd dat dit tot zo min mogelijk frustraties leidt).

Omdat ik als onderzoeker graag wil weten hoe het voelt om dit soort prestaties te moeten leveren, vind ik het interessant om iets als een digitale intelligentietest te doen. Ik vond er één die overeenkomsten heeft met de meest gangbare intelligentietest voor volwassenen. Veel korter natuurlijk en ik word niet ondertussen geobserveerd en bovendien zijn bijna alle opgaven meerkeuzevragen, waardoor de kans op goed gokken veel groter is dan bij een echte intelligentietest. Maar de moeilijkheid van de opgaven vond ik een leuke, pittige uitdaging.

Dus voor wie een indruk wil krijgen van de moeilijkheidsgraad van een intelligentietest (voor volwassenen) en hoe hij daar zelf op reageert: hier vind je de test. En de uitkomst? Dat is slechts een getalletje. Je bent veel meer dan dat.

Wat is intelligentie?

In deze blog een inkijkje in de ontwikkeling van IQenzo en wat meer achtergrondinformatie over intelligentie.

Toen de plannen voor mijn eigen praktijk ontstonden, moest er natuurlijk een naam komen. Omdat ik intelligentieonderzoek altijd al een boeiend onderdeel van mijn vak heb gevonden, wist ik al snel dat ik mijn praktijk vooral daaromheen wilde opzetten. Het woord ‘intelligentie’ is nogal een mond vol en is in de volksmond beter bekend als IQ. Maar omdat ik het ‘IQ’ nogal een beperkt begrip vind, voegde ik er ‘en zo’ aan toe. Grappig is dat iqenzo ook uit te spreken is als ‘ik en zo’.

Maar wat is een IQ nu eigenlijk? Om iets te weten over het IQ, moet je eerst iets weten over intelligentie. Twee Nederlandse wetenschappers zeggen daar onder andere over: het vermogen om abstract en logisch te kunnen redeneren, problemen op te lossen, met bestaande kennis nieuwe taken te kunnen oplossen en zelfstandig te kunnen leren. Hieraan zie je al dat intelligentie een soort verzamelbegrip is voor meerdere cognitieve vaardigheden. En verschillende vaardigheden hoeven natuurlijk niet allemaal op hetzelfde niveau ontwikkeld te zijn. Daarom spreek ik het liefst over een intelligentieprofiel.

Het IQ is niet hetzelfde als intelligentie. Het IQ is namelijk een getal – het Intelligentie Quotiënt – waarmee geprobeerd wordt om een bepaalde prestatie van iemand te vergelijken met de prestaties van anderen. Het IQ wordt berekend aan de hand van de prestatie op een intelligentietest. Via een statistische berekening komt het er uiteindelijk grofweg op neer dat de helft van de mensen een IQ heeft van rond de 100 (tussen 90 en 110). Pakweg een kwart van de mensen zit daaronder en een kwart van de mensen zit daarboven.

Intelligentietests bestaan nu ruim honderd jaar. De eerste test werd ontwikkeld om zwakke leerlingen in het onderwijs te identificeren en de juiste begeleiding te kunnen bieden. Inmiddels worden intelligentietests voor uiteenlopende redenen gebruikt. Ik gebruik hem om antwoord te krijgen op de vraag wat een kind op basis van zijn intelligentieprofiel nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Het IQ is dus slechts een getal. Wij zijn allemaal veel meer dan dat. IQenzo staat dus eigenlijk voor IQenzoveelmeer (maar dat is weer zo’n mond vol). En soms wil je weten hoe het nou zit met de intelligentie van een kind, hoe het zit met die verschillende vaardigheden die samen het intelligentieprofiel vormen. Omdat er bijvoorbeeld aanknopingspunten nodig zijn op school. En dán pakken we die intelligentietest erbij (ik noem het liever geen IQ-test). Zodat duidelijk wordt: dit kun jij goed, dit vind je moeilijker en het belangrijkste: dit kan jou helpen.

Mila wil naar de plusklas

Dat een intelligentieonderzoek veel meer is dan alleen een IQ-bepaling illustreert het verhaal van Mila.

Mila zit in groep 6. Ze vindt het erg gemakkelijk op school en het is duidelijk dat Mila behoefte heeft aan meer uitdaging. Binnen school is een plusklas en er wordt een toelatingscriterium geëist van een IQ van 130 of meer. Bij Mila wordt op school een non-verbale intelligentietest afgenomen en haar IQ komt op 123. Het is jammer voor Mila, maar toelating voor de plusklas zit er voor haar niet in.

Dat is het moment dat Mila’s ouders besluiten om een second opinion aan te vragen door middel van een andere, meer gangbare intelligentietest. Mila doet goed haar best op de test, ze laat zien wat ze kan. Ze behaalt opnieuw sterke scores, maar geen IQ van 130.

Natuurlijk kan ik Mila niet naar huis sturen met de boodschap: “Jammer, maar helaas. Je zult het moeten doen met wat je nu te doen krijgt op school. Veel succes.” Want ik zie dat ze op een aantal onderdelen van de test heel sterk presteert. Enkele andere onderdelen blijven juist meer achter. Dat betekent dat ze op het ene gebied uitdaging nodig heeft en op het andere gebied wat meer ondersteuning kan gebruiken. En daar ligt op school dus ook de uitdaging als het gaat om het onderwijs aan Mila.

Ik leg dit aan de in eerste instantie teleurgestelde ouders uit. En ik formuleer concrete adviezen gericht op wat ze op bij Mila in de klas kunnen doen om haar uit te dagen op het ene gebied en te ondersteunen op het andere gebied. Dit is voor de ouders van Mila een opluchting; blijkbaar is er veel meer mogelijk dan alleen de plusklas voor extra uitdaging.
Herken je het verhaal van Mila bij je eigen zoon of dochter? Ik overleg graag met je wat het beste is om te doen.