Artikelen

Ervaringen en gedachtenspinsels

Diagnostiek

Als ik de kern van mijn werkzaamheden van de afgelopen 17 jaar in één woord moet samenvatten is dat ongetwijfeld het woord ‘diagnostiek’. Als orthopedagoog met een analytisch brein ga ik hier helemaal op aan. Het puzzelen met als doel het gedrag van een kind beter te begrijpen en na te denken over wat dit kind in deze situatie en op dit moment nodig heeft en wat het kan helpen geeft me veel voldoening.

Tegelijkertijd ben ik kritisch op hoe diagnostiek vaak wordt ingezet. In 2020 schreef ik daar al een artikel over, waar ik nog altijd volledig achter sta. Sterker nog; ik word hier steeds meer in bevestigd. De Mulock Houwerlezing in 2025 sluit aan op mijn visie met betrekking tot classificatie. (Mocht je geïnteresseerd zijn en open staan voor anderhalf uur inspiratie over dit onderwerp: Mulock Houwer-lezing door Laura Batstra.) Eén van de belangrijkste risico’s voor diagnostiek die gericht is op labelen en classificeren is dat de verklaring voor gedrag volledig bij het kind komt te liggen. En dat is simpelweg te kort door de bocht.

Iets wat wat mij betreft niet genoeg benadrukt kan worden is dat een classificatie nooit een verklaring geeft voor gedrag. Zo is de ‘classificatiebijbel’, de DSM-V, niet bedoeld. Je kunt dus niet zeggen dat een kind zich niet kan concentreren omdat hij ADHD heeft. Dit wordt wel vaak gedaan. Maar het ADHD-label geeft aan dat er bij het kind een aantal gedragskenmerken zijn waargenomen, die belemmerend zijn in zijn ontwikkeling (meer informatie). De oorzaak hiervan vind je niet terug in de DSM-V. Terwijl er ontzettend veel oorzaken voor te bedenken zijn, die per kind anders zijn. Dat kunnen factoren in aanleg zijn, maar ook factoren in interactie met de omgeving van het kind. Dus in de opvoeding, onderwijs, live-events. Diagnostiek moet in mijn ogen gericht zijn op die verklarende factoren. Daar vind je aanknopingspunten in wat het kind kan helpen in zijn ontwikkeling.

Dat geldt ook voor diagnostiek rond hoogbegaafdheid (wat geen DSM-classificatie is, maar wel zo gebruikt kan worden in de praktijk). De begaafdheid van een kind is in de eerste plaats een talent. Wanneer dit talent gezien en gevoed wordt en het kind de tools ontwikkelt om met dit talent te leven, zijn er niet direct veel problemen te verwachten. Maar wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een mismatch op school, op sociaal of cognitief vlak, dan ligt daar de sleutel tot verbetering. Het kind reageert vaak met bepaald gedrag. Dit gedrag kan heftig zijn voor de ouders, of ingewikkeld voor school. Maar de oplossing is niet het kind te labelen of allerlei gedragstechnieken aan te leren. Want de kern van het probleem is te vinden in de mismatch. Dus daar moet ook de oplossing gezocht worden. En dat is mijns inziens het doel van de diagnostiek.

De vergelijking met de bloem blijft wat mij betreft bestaan. Als een bloem niet bloeit, zoek je naar de oorzaak. Die is over het algemeen te vinden in de omgeving van de bloem. Krijgt hij voldoende licht? Staat hij in de juiste bodem? Heeft hij voldoende water en voeding gekregen? Dat is diagnostiek.

De opvoeding als vruchtbare omgeving

Kinderen worden bij mij voor uiteenlopende redenen aangemeld voor onderzoek. Vaak is de vraag gerelateerd aan het vermoeden van een hogere begaafdheid. Ouders maken zich zorgen omdat hun kind bijvoorbeeld vaak boos is. Of zich op school heel aangepast gedraagt. Naast de vraag of er bij het kind sprake is van meer- of hoogbegaafdheid spelen er dus ook andere vragen. Het beantwoorden van de vraag wat er bij het kind aan de hand is, is dan ook vaak maar een deel van het antwoord. Er ligt vrijwel altijd een vraag onder die te maken heeft met de directe omgeving van het kind, zoals over de opvoeding.

Het beantwoorden van die (vaak) opvoedkundige vragen kan inzicht geven. Maar ook dan is het nog niet opgelost. Als ouder moet je vervolgens aan de slag. Want het kind kun je niet veranderen. Je kunt stukjes van het kind proberen te begrijpen, dat wel. En dat beïnvloedt je handelen. Maar je zult vervolgens wel naar je eigen handelen moeten kijken en daarin proberen nieuwe stappen te zetten.

Als ouders draag je je eigen rugzak vol ervaringen mee. Daar zit je gereedschap in, die je je hele leven hebt opgebouwd. Ook door de manier waarop je eigen ouders je hebben opgevoed. Je bent onlosmakelijk verbonden met de generaties voor je. Daardoor zijn overtuigingen en patronen ontstaan. En die beïnvloeden je ook in de manier waarop je met je eigen kind omgaat. Vaak onbewust.

Als je in de opvoeding van je kind ergens tegenaan loopt, kun je niet alleen maar kijken naar wat er bij je kind speelt. Je zult ook in de spiegel moeten kijken en je (opnieuw of voor het eerst) bewust moeten worden van wat je allemaal in je rugzak meedraagt. Dat kan misschien best confronterend zijn. En misschien heb je daarbij ook behoefte aan iemand die met je meekijkt. Die je kan helpen te ontdekken hoe je overtuigingen en patronen van invloed zijn op je huidige opvoedgedrag.

Ik denk dat dit ontzettend waardevol is. Niet alleen als je dreigt vast te lopen in de opvoeding van je kind. Of pas als de gedragsproblemen je boven het hoofd stijgen. Ik denk dat het zelfs al waardevol is als je alleen ouders bent van een kindje dat nog geboren moet worden. En natuurlijk in alle fases hier tussenin.

De (onbewuste) invloed die je als ouders hebt op het gedrag van je kind intrigeert me steeds meer. En ik zou heel graag met ouders een stukje willen meelopen om met elkaar na te denken over die onbewuste invloeden. Ik ben geschoold in een nieuwe methode die me voorziet van extra tools en vaardigheden om deze coaching te kunnen waarmaken (www.obic-ouderbegeleiding.nl). We blijven kijken naar de kenmerken van je kind en de behoeften die daaronder schuil gaan. Maar we kijken ook naar de interactie tussen jou en je kind. En naar de patronen en overtuigingen die je als ouder onbewust al in de rugzak van je kind stopt. En doordat je daar bewust van wordt, kun je ook bewust uit die overtuigingen stappen, wanneer dat nodig is. Dit zorgt uiteindelijk voor meer harmonie in je gezin.

Vanaf februari 2024 ga ik dit nog verder uitdiepen. Dan start mijn opleiding tot systeemtherapeut.

Breed begaafdheidsonderzoek

Bell-curve

Bij een breed begaafdheidsonderzoek wordt bij IQenzo gebruik gemaakt van twee intelligentietests. Waarom is dat zo? Dat zal ik in dit artikel toelichten. In Nederland wordt in het algemeen bij intelligentieonderzoek gebruik gemaakt van tests zoals de WISC-V (meest gebruikt bij kinderen) en andere tests. Deze tests zijn ontwikkeld om betrouwbare uitspraken te doen over de cognitieve capaciteiten van kinderen, over de hele linie. Dus van kinderen die minder sterk ontwikkelde vaardigheden hebben tot en met kinderen die sterker ontwikkelde vaardigheden hebben. De grootste groep kinderen is de groep met gemiddelde capaciteiten. Dit geldt ook voor de kinderen in de normeringsgroep (de groep kinderen waarmee een getest kind vergeleken wordt). Dit wordt vaak in een grafiek weergegeven als een ‘Bell-curve’.

Valt een kind binnen de grenzen van het gemiddelde of iets daarboven of daaronder, dan is het goed mogelijk om betrouwbare uitspraken te doen over zijn prestatie op een intelligentietest. Er is een grote normgroep, de items zijn niet te makkelijk en niet te moeilijk waardoor er niet snel een plafond bereikt wordt. Voor de kinderen die aan de randen van de Bell-curve vallen is dat een beetje anders. Ik zal voor nu de focus leggen op de kinderen die rond of boven de bovengrens functioneren.

Boven het gemiddelde

Wanneer een kind een IQ-score van 130 heeft betekent dat ook dat slechts circa 2% van de kinderen van die leeftijd een hogere score behaalt. Dat geldt ook voor de normgroep. Binnen die grote normgroep zijn er relatief weinig kinderen die een dusdanig hoge score behalen. Nu moet je sowieso voorzichtig zijn met grote uitspraken doen over een individu op basis van een vergelijking met een groep. Maar wanneer de vergelijkingsgroep dan ook nog wat kleiner is, moet je dus nog wat voorzichtiger zijn.

Daarnaast zijn er in een test die globaal gezien meer gericht is op de gemiddelde kinderen soms onvoldoende moeilijke items voor kinderen die boven het gemiddelde uitkomen. Dit zorgt ervoor dat een standaard intelligentietest minder goed kan differentiëren aan de boven- (en onder)kant van de curve. Een antwoord kan dan sneller invloed hebben op de hoogte van het IQ. Dit speelt nog wat specifieker bij de RAKIT-2, die vooral ontworpen is om kinderen met een lagere intelligentie goed in beeld te krijgen.

Voor de duidelijkheid: de normering van de intelligentietests wordt uiterst zorgvuldig gedaan en de uitkomsten zijn zeker betrouwbaar. Maar het is ook goed om bewust te zijn van enkele kanttekeningen.

De KIQT+ is een test die de aandachtspunten bij de reguliere intelligentietests probeert te ondervangen. Deze test heeft juist een grote normgroep die bestaat uit kinderen met een gemiddelde tot (zeer) bovengemiddelde intelligentie. Er zijn voldoende moeilijke items, waardoor een plafond niet snel bereikt wordt.

Twee intelligentietests

Dus terug naar de vraag waarom er twee intelligentietests worden afgenomen bij het brede begaafdheidsonderzoek. Met de WISC-V wordt een brede schetstekening gemaakt. Op basis daarvan wordt zeker al een beeld verkregen van het functioneren van het kind en kunnen uitspraken gedaan worden over sterktes en zwaktes. Met behulp van de KIQT+ kunnen vervolgens bepaalde lijnen en details steviger worden aangezet.

 Afbeelding via Pixabay.com

 

Meer lezen over intelligentietests? Lees mijn overige artikelen en mijn e-book.

Intelligentietests

Verschillende intelligentietests

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

KIQT+

Nieuw bij IQenzo is de KIQT+. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar. Deze test geeft geen breed intelligentieprofiel, maar brengt de cognitieve vaardigheden in kaart die de sterkste relatie met de algemene intelligentie hebben. Deze test is speciaal ontwikkeld voor het meten van deze vaardigheden bij kinderen met een (vermoedelijk) bovengemiddelde intelligentie. Bij deze test hoeft weinig gesproken te worden door het kind. Lees hier meer over de KIQT+.

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

De WPPSI-IV

De WPPSI-IV is een intelligentietest voor peuters en kleuters. Hij heeft een leeftijdsbereik van twee en een half jaar tot en met zes jaar. Deze test komt uit dezelfde testfamilie als de WISC-V en geeft zodoende een vergelijkbaar intelligentieprofiel. Het testmateriaal is uiteraard meer gericht op het jonge kind. Bij IQenzo worden geen peuters onderzocht. Dit vraagt een specifieke aanpak.

KIQT+

Nieuw bij IQenzo is de KIQT+. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar. Deze test geeft geen breed intelligentieprofiel, maar brengt de cognitieve vaardigheden in kaart die de sterkste relatie met de algemene intelligentie hebben. Deze test is speciaal ontwikkeld voor het meten van deze vaardigheden bij kinderen met een (vermoedelijk) bovengemiddelde intelligentie. Bij deze test hoeft weinig gesproken te worden door het kind. Lees hier meer over de KIQT+.

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

De WPPSI-IV

De WPPSI-IV is een intelligentietest voor peuters en kleuters. Hij heeft een leeftijdsbereik van twee en een half jaar tot en met zes jaar. Deze test komt uit dezelfde testfamilie als de WISC-V en geeft zodoende een vergelijkbaar intelligentieprofiel. Het testmateriaal is uiteraard meer gericht op het jonge kind. Bij IQenzo worden geen peuters onderzocht. Dit vraagt een specifieke aanpak.

KIQT+

Nieuw bij IQenzo is de KIQT+. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar. Deze test geeft geen breed intelligentieprofiel, maar brengt de cognitieve vaardigheden in kaart die de sterkste relatie met de algemene intelligentie hebben. Deze test is speciaal ontwikkeld voor het meten van deze vaardigheden bij kinderen met een (vermoedelijk) bovengemiddelde intelligentie. Bij deze test hoeft weinig gesproken te worden door het kind. Lees hier meer over de KIQT+.

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]Momenteel zijn er bij IQenzo drie verschillende intelligentietests die kunnen worden ingezet bij intelligentieonderzoek. Elke test heeft zijn voor- en nadelen en aandachtspunten. Daarom is het de gedragswetenschapper die de keuze maakt welke test er bij een onderzoek wordt ingezet. Maar om toch wat inzicht te geven in de aandachtspunten per test zal ik ze even op een rijtje zetten.

De WISC-V

De WISC-V is de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen. Deze test is genormeerd voor kinderen in de leeftijd van 6 jaar tot en met 16 jaar. Het is een vrij breed opgezette testbatterij, zodat er een beeld ontstaat van het bredere intelligentieprofiel. Je krijgt zo meer zicht op sterk en zwak ontwikkelde vaardigheden. Hierdoor kunnen er op maat gemaakte adviezen gegeven worden.

De WPPSI-IV

De WPPSI-IV is een intelligentietest voor peuters en kleuters. Hij heeft een leeftijdsbereik van twee en een half jaar tot en met zes jaar. Deze test komt uit dezelfde testfamilie als de WISC-V en geeft zodoende een vergelijkbaar intelligentieprofiel. Het testmateriaal is uiteraard meer gericht op het jonge kind. Bij IQenzo worden geen peuters onderzocht. Dit vraagt een specifieke aanpak.

KIQT+

Nieuw bij IQenzo is de KIQT+. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar. Deze test geeft geen breed intelligentieprofiel, maar brengt de cognitieve vaardigheden in kaart die de sterkste relatie met de algemene intelligentie hebben. Deze test is speciaal ontwikkeld voor het meten van deze vaardigheden bij kinderen met een (vermoedelijk) bovengemiddelde intelligentie. Bij deze test hoeft weinig gesproken te worden door het kind. Lees hier meer over de KIQT+.

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

Momenteel zijn er bij IQenzo drie verschillende intelligentietests die kunnen worden ingezet bij intelligentieonderzoek. Elke test heeft zijn voor- en nadelen en aandachtspunten. Daarom is het de gedragswetenschapper die de keuze maakt welke test er bij een onderzoek wordt ingezet. Maar om toch wat inzicht te geven in de aandachtspunten per test zal ik ze even op een rijtje zetten.

De WISC-V

De WISC-V is de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen. Deze test is genormeerd voor kinderen in de leeftijd van 6 jaar tot en met 16 jaar. Het is een vrij breed opgezette testbatterij, zodat er een beeld ontstaat van het bredere intelligentieprofiel. Je krijgt zo meer zicht op sterk en zwak ontwikkelde vaardigheden. Hierdoor kunnen er op maat gemaakte adviezen gegeven worden.

De WPPSI-IV

De WPPSI-IV is een intelligentietest voor peuters en kleuters. Hij heeft een leeftijdsbereik van twee en een half jaar tot en met zes jaar. Deze test komt uit dezelfde testfamilie als de WISC-V en geeft zodoende een vergelijkbaar intelligentieprofiel. Het testmateriaal is uiteraard meer gericht op het jonge kind. Bij IQenzo worden geen peuters onderzocht. Dit vraagt een specifieke aanpak.

KIQT+

Nieuw bij IQenzo is de KIQT+. Dit is een intelligentietest voor kinderen van vijf tot en met tien jaar. Deze test geeft geen breed intelligentieprofiel, maar brengt de cognitieve vaardigheden in kaart die de sterkste relatie met de algemene intelligentie hebben. Deze test is speciaal ontwikkeld voor het meten van deze vaardigheden bij kinderen met een (vermoedelijk) bovengemiddelde intelligentie. Bij deze test hoeft weinig gesproken te worden door het kind. Lees hier meer over de KIQT+.

Welke test gebruiken?

De keuze voor een test hangt van verschillende dingen af. Uiteraard hebben we in de eerste plaats te maken met het leeftijdsbereik. Voor zesjarigen hebben we dus drie inzetbare tests, voor bijvoorbeeld elf- tot zestienjarigen maar één. Wanneer er onderzoek naar de intelligentie gedaan moet worden, is mijn voorkeur om een zo breed mogelijk instrument te gebruiken. Dit geeft een vollediger beeld en meer aanknopingspunten voor de praktijk. Dat betekent dat de eerste voorkeur de WISC-V of de WPPSI-IV is. De KIQT+ kan ingezet worden als aanvulling op deze tests, wanneer blijkt dat er bij dit kind sprake is van een bovengemiddelde intelligentie. Juist omdat deze rekening houdt met de complexere manier van denken zoals dat bij veel hoogbegaafde kinderen gezien wordt. Dit geeft dan waardevolle aanvullende informatie.

Alleen de KIQT+?

Soms is er bij een kind recent een intelligentietest afgenomen of zijn er pogingen ondernomen om dat te doen, maar lukte het niet. Bijvoorbeeld vanwege faalangst. In deze situaties is het bij IQenzo mogelijk om alleen de KIQT+ af te nemen. Zo kan er alsnog een aanvullend beeld geschetst worden van de prestaties van het kind op deze specifieke test, waarbij rekening gehouden wordt met (te) moeilijk denken of faalangst. En in het geval van eerdere niet-gelukte pogingen kan de KIQT+ toch een indruk geven van de algemene cognitieve vaardigheden, al is dat dan met een minder uitgebreid intelligentieprofiel.

Meer lezen over intelligentie?

Mijn gratis E-book geeft veel informatie over de geschiedenis van intelligentieonderzoek, de verschillende intelligentietests die op de markt zijn en allerlei gerelateerde onderwerpen.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere artikelen geschreven over intelligentie, intelligentietests en IQ.

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

Spelen = leren

Een kijkje in huize Heek

Soms zie je in je eigen huis allerlei leuke dingen gebeuren. Zoals afgelopen weekend. Ze zijn bij ons thuis momenteel bezig met een Scrabble-app, waarmee je dus punten kunt verzamelen voor woorden. Het voordeel van een app is dat je niet elk onbekend woord in het woordenboek hoeft op te zoeken om te kijken of het bestaat, dat doet de app voor je. Daarnaast kun je met een willekeurig bord spelen, waardoor je op sommige plekken echt veel punten kunt leggen.

1. Doelgericht werken

Afgelopen weekend besloten de jongens om een woord proberen te leggen met een zo hoog mogelijk puntenaantal. En kijk: het doel was bepaald, een eerste vaardigheid. Ze zochten een woord van vijftien letters met een Q, gezien de hoge waarde van deze letter. Het werd ‘quarantainevlag’. Ze zochten ook een speelbord uit in de app, waarop zoveel mogelijk vakjes met dubbele of driedubbele waarden op één rij stonden.

2. Plannen en organiseren

Omdat de app bepaalt welke letters iedere speler krijgt, is het lastig om ervoor te zorgen dat je het woord ‘quarantainevlag’ kunt leggen. Dus maakten de jongens een voorbeeld met behulp van het echte Scrabblebord. Ze sorteerden de letters, keken of het aantal letters overeenkwam met het aantal letters in de app. Dat was niet zo, dus verzonnen ze een oplossing. Vervolgens legden ze woorden waarmee ze uiteindelijk ‘quarantainevlag’ konden leggen, zodat er een soort plattegrond ontstond die ze konden namaken in de app.

3. Flexibiliteit

Ze legden de woorden van het Scrabblebord na en als ze niet konden, ruilden ze letters in. Totdat één van de twee een verkeerd woord in de app legde (sneller gehandeld dan gedacht, dat heeft met respons-inhibitie te maken) en het voorbeeld niet meer klopte. Het lukte om de woorden die hieraan gekoppeld waren te veranderen, waardoor ze toch weer verder konden. Het mondde bijna uit in een teleurstelling en dan hadden ze emotieregulatie kunnen oefenen.

4. Volgehouden aandacht

Met veel geduld is het ze gelukt om hun woord te leggen en ruim 8000 punten neer te leggen. Dat gaf een kick!

5. Metacognitie

De volgende dag hebben ze het nog een keer geprobeerd, omdat ze hun prestatie wilden verbeteren. Ze hebben teruggekeken naar hoe ze het hebben aangepakt en bedachten hoe ze nog meer punten zouden kunnen halen. Ze legden toen met hun woord ‘vrijdagmarktjes’ ruim 17.600 punten.

Executieve vaardigheden

Ik vind het zo leuk om te zien hoe kinderen spelenderwijs en ongemerkt deze belangrijke executieve vaardigheden trainen. Daarnaast hebben ze ook nog geoefend met samenwerken en op elkaar afstemmen, overleggen en beslissingen nemen. En hebben ze nieuwe woorden geleerd. Ze hebben zo heel veel getraind en geoefend, maar hadden het zelf niet door. Want ze waren heerlijk aan het spelen.

The body keeps the score

We beseffen het misschien wel te weinig. De ervaringen in het begin van ons leven zijn zo belangrijk. Hoe we worden ontvangen op het moment dat we de eerste signalen van onze aanwezigheid aan onze moeder geven. Hoe we gevoed worden tijdens die eerste negen maanden, zowel met voeding als met liefde of misschien ook wel met giftige stoffen. Hoe onze geboorte verloopt. Hoe we na de geboorte worden welkom geheten. En al die tussenliggende momenten. Maar we weten het niet meer.

Lerend brein

Klopt dat eigenlijk? Weten we het niet meer? Wanneer ik voor mezelf spreek: ik heb geen actieve herinneringen van voor mijn tweede verjaardag. Maar ik wás er wel. Ik heb wel van alles meegemaakt. Fysiek was ik helemaal aanwezig. En mijn brein was volop in ontwikkeling. Rond de geboorte bijvoorbeeld is er veel activiteit in het brein. Er wordt in een hoog tempo een groot aantal nieuwe verbindingen gemaakt. Dat betekent dat het brein leert. En alles wat je dan meemaakt wordt op een heel diep niveau opgeslagen.

Een normale geboorte

Ik wil je eens meenemen naar hoe een normale geboorte ongeveer verloopt. Vanwege de grootte van ons brein en de nauwheid van het bekken van de moeder worden we (in vergelijking met andere zoogdieren) relatief vroeg in onze ontwikkeling gedwongen om de buik van de moeder te verlaten. Weeën zorgen voor een enorme druk op de baby, terwijl er aan de andere kant nog geen doorgang is. De weeën drukken het hoofdje uiteindelijk op het bekken van de moeder (dit is uiteindelijk ook nog zichtbaar aan de vorm van ons gezicht). Vanwege de vorm van het bekken begint een baby op de zij en moet het uiteindelijk een draai maken (liefst met het gezichtje naar beneden). Ondertussen blijven de weeën druk uitoefenen tot we het lichaam van onze moeder verlaten. Geboren worden is geen pretje. Zeg maar gerust dat het voor ieder van ons een overweldigende ervaring is…

Opslag

In de eerste twee jaar hebben we nog niet de beschikking over taal. De ervaringen van toen worden dus zonder taal opgeslagen en zijn dan ook niet toegankelijk via onze taal. Maar ze worden wel opgeslagen. In ons lichaam. En reken maar dat je lichaam ze veilig kan opbergen. Want voor een kleine baby zijn die grootse ervaringen misschien wel ’too much’. Het lichaam bergt de ervaringen zodoende op onbewust niveau heel goed op. The body keeps the score. Vanaf het moment dat er iets als een lichaam is; vanaf die eerste cel.

Imprints

Dat we het niet bewust weten, wil niet zeggen dat we het ook niet merken. De vroege ervaringen vormen diepe imprints die zich herhalen in je leven en graag gezien en begrepen willen worden. En wanneer we in verbinding met ons lichaam staan, kunnen we ook luisteren naar wat ons lichaam ons daarover te vertellen heeft. Ik heb mogen zien en ervaren dat dit kan en dat je via je lichaam toegang kunt krijgen tot diepe gevoelens, gebaseerd op die zeer vroege ervaringen. En dat geeft de mogelijkheid rust te vinden en te helen wat zo vroeg misschien al wel beschadigd is geraakt. Dat is zo mooi!

Verder lezen?

Ons lichaam en onze psyche zijn nauw met elkaar verweven. Veel nauwer dan we vaak beseffen. Er komen steeds meer boeken over dit onderwerp. Vaak ook gerelateerd aan trauma’s. Een voorbeeld is ‘Traumasporen’, de Nederlandse vertaling van het boek ‘The body keeps the score’, geschreven door Bessel van der Kolk. Ook het boek ‘Wanneer je lichaam nee zegt’ is een prachtig voorbeeld. Schrijver Gabor Maté weet alles zo liefdevol te verwoorden.

Bij IQenzo is ook alle ruimte om het geboorteverhaal een plek te geven en bewust te worden van patronen die daar zijn ontstaan.